Het sjabloon ruimte-eisen bevat de toetsingsvoorwaarden of randvoorwaarden bedoeld voor de berekeningen, zoals ontwerptemperaturen, eisen ten aanzien van de temperatuur overschrijding, opwarmtoeslagen etc.

Ruimte-eisen

Zomercomfort

  • Gebouwsimulatie

Hier kan gekozen worden of er getoetst moet worden aan een criterium voor het comfort van het binnenklimaat. Het gekozen criteria verandert nog niets aan de uitkomst van de berekening, maar in de resultaten zal worden gekeken of het gekozen criterium gehaald wordt.

TO (temperatuuroverschrijding). Wanneer de uurlijks berekende binnenluchttemperatuur boven de opgegeven temperaturen komt, wordt deze geteld bij het aantal temperatuuroverschrijdingen. Er kunnen maximaal twee criteria opgegeven worden.

GTO (gewogen temperatuuroverschrijdingsuren) is een vaste formule waarin de afwijking van het ‘perfecte’ comfort (PMV=0) gewogen wordt en heeft geen temperatuurgrenswaarde. De bepalingsmethode van de GTO gebruikt als basis de PMV en houdt rekening met de mate van discomfort in een bepaald uur, waarbij een groter discomfort zwaarder meetelt.

ATG-klasse (Adaptieve Temperatuur Grenswaarden) kent vier comfortklassen die een voorspelling op het maximale percentage ontevredenen geven: klasse A (5%), klasse B (10%), Klasse C (15%) en klasse D (25%). Klasse B, C en D zijn vastgelegd met een temperatuur bandbreedte, zie figuur 2. Het verschil tussen klasse A en B is de mogelijkheid van lokale persoonlijke beïnvloeding van het binnencomfort.

De resultaten van de ATG overschreidingsuren vind je terug bij de comfortgrafieken. Heb je bij ruimte-eisen gekozen voor een ATG-klasse waarop je wilt toetsen, kun je in de resultaten ook tabellen genereren met deze gekozen ATG-klasse.
Publicaties

ISSO Publicatie 74 (2014)

Thermische behaaglijkheid – eisen voor de binnentemperatuur in gebouwen

NEN-EN-ISO 7730:2005 en

Klimaatomstandigheden – Analytische bepaling en interpretatie van thermische behaaglijkheid door berekeningen van de PMV en PPD-waarden en lokale thermische behaaglijkheid

 

Teluren

  • Gebouwsimulatie

De teluren geven aan wanneer de bovengenoemde eisen van toepassing zijn. Dit valt meestal samen met het gebruik van de ruimte, zodat alleen binnen de gebruikstermijn het binnenklimaat gecontroleerd worden. Hier wordt een selectie gemaakt uit Tijdschema teluren.

Ontwerptemperaturen

Verwarmen

  • Gebouwsimulatie
  • Warmteverlies

Hier definieer je de ontwerptemperatuur voor het verwarmen van de ruimte. Indien hier als waarde standaard geselecteerd wordt, wordt de ontwerptemperatuur bepaald aan de hand van het gebruik van de ruimte gedefinieerd onder het sjabloon gebruik > Algemeen.

Indien bij de keuze standaard de ruimte een onverwarmde ruimte betreft (zonder afgifte-apparaten), rekent het programma de ontwerptemperatuur uit aan de hand van de warmtebalans te vinden in bijlage F van ISSO 51, 53 of 57
Enkele tabellen zijn in Ontwerptemperaturen opgenomen. Voor een uitgebreider pakket aan ontwerptemperaturen voor de wintersituatie verwijzen we naar ISSO 51, 53 of 57, paragraaf 2.1 en ISSO kleintje binnenklimaat paragraaf 2.3.

Hogere ontwerptemperaturen (woningbouw)

ISSO 51 geeft de mogelijkheid om met hogere ontwerpbinnentemperaturen te rekenen. Dit kun je aanvinken bij je gebouweisen. Als je dan voor standaard kiest, wordt er gerekend met de hogere waarde voor verblijfsruimte en -gebied en verkeersruimte uit tabel 2.1 uit ISSO 51, zie publicaties.

Publicaties

 

Koelen

Hier definieer je de ontwerptemperatuur voor het koelen van de ruimte. Indien hier als waarde standaard geselecteerd wordt, wordt de ontwerptemperatuur van iedere ruimte standaard 24 °C voor gekoelde ruimten en standaard 28 °C voor ongekoelde ruimten.

Enkele tabellen zijn in Ontwerptemperaturen opgenomen. Voor een uitgebreider pakket aan ontwerptemperaturen voor de zomersituatie verwijzen we naar ISSO kleintje binnenklimaat paragraaf 2.4.
Publicatie

 

Dag/nacht

  • Gebouwsimulatie
  • Warmteverlies
  • Koellast

Voor gebouwsimulatie worden de ontwerptemperaturen per dagbedrijf en per nachtbedrijf gevraagd. Deze waarden kunnen gekoppeld worden aan de setpoints van een afgifte-apparaat die via het sjabloon Afgiftesysteem > Setpoints aan de ruimte gekoppeld is.

Publicatie

Overige ontwerpinstellingen

Temperatuurstijging toelaten

  • Koellast

Aantal graden waarmee de nominale vertrektemperatuur gedurende een deel van de dag mag worden overschreden.

Absolute vochtigheid

  • Koellast

De absolute vochtigheid in de ruimte.

Opwarmtoeslag

De opwarmtoeslag wordt bepaald per vierkante meter vloeroppervlak. Voor de versie van 2012 geldt dat alle oppervlakken (inclusief meubilair en exclusief ramen en deuren) worden meegeteld. De beklede oppervlakken tellen dan voor 70% mee. Niet steenachtige oppervlakken worden niet meegeteld.

Publicaties

 

Bedrijfswijze

  • Warmteverlies

Deze keuze geeft aan of er een specifieke toeslag voor bedrijfsbeperking van toepassing is:

  • Continu; er vindt een continu bedrijf plaats, zodat er geen opwarmtoeslag in rekening wordt gebracht. Om deze reden vindt er geen bedrijfsbeperking, zodoende geen specifieke toeslag op het warmteverlies plaats;
  • Nachtverlaging; Wanneer de installatie periodiek op nachtverlaging gezet wordt, moet er een specifieke toeslag op het warmteverlies berekend worden, zodat het gebouw binnen een bepaalde tijd kan worden opgewarmd. Deze nachtverlaging kan via een wizard utiliteitsbouw, woningbouw of via een eigen waarde ingevoerd worden.

Bepaling volgens

  • Warmteverlies

Hier geef je aan met welke methodiek de specifieke opwarmtoeslag berekend moet worden. Deze invoer is afhankelijk van het feit of de ruimte een woning- of utiliteitsbouw betreft. Voor meer informatie, zie Opwarmtoeslag.

  • Indien het een ruimte woningbouw betreft, wordt er gerekend met een wizard gebaseerd op ISSO 51, paragraaf 4.8.2;
  • Indien het een ruimte utiliteitsbouw met vertrekhoogten tot 4 meter betreft, wordt er gerekend met een wizard gebaseerd op ISSO 53, paragraaf 4.8.1 en 4.8.2;
  • Indien een ruimte hoger dan 4 meter voor industriegebouwen, vides en atria betreft, wordt er gerekend gebaseerd op ISSO 57. Volgens ISSO 57 geldt er voor industrie geen z-fractie en dient voor de opwarmtoeslag een eigen waarde ingevuld te worden conform bijlage E uit ISSO 57.

Type afkoeling

  • Warmteverlies

Indien bij de opwarmtoeslag invoer voor ISSO 53 is gekozen, wordt een type afkoeling gevraagd. Er kan beperkte afkoeling of vrije afkoeling ingesteld worden. Dit heeft invloed op de manier hoe de Nachtverlaging ingesteld kan worden.

Luchtwisselingen

  • Warmteverlies

Hierin wordt voor ISSO 53 het aantal luchtwisselingen tijdens de afkoelperiode ingevuld. Er kan gekozen worden tussen 0,1- en 0,5-voudig.

Nachtverlaging

  • Warmteverlies

Indien bij de opwarmtoeslag invoer voor een wizard is gekozen, wordt er een nachtverlaging gevraagd. Dit is het aantal graden Celsius verschil tussen het dagbedrijf en nachtbedrijf van de installatie. Voor utiliteit kan deze nachtverlaging ook op basis van aantal uur ingevuld ingesteld worden. Zodoende kan de nachtverlaging ook voor een dagelijkse en een meerdaagse bedrijfsbeperking (buiten werktijd verlagen van de binnentemperatuur) in ons model opgenomen worden. Dit is mogelijk wanneer bij Type afkoeling gekozen is voor vrije afkoeling.

Opwarmtijd

  • Warmteverlies

De tijd, onder ontwerpcondities, vanaf het moment van inschakelen van de installatie na een periode van bedrijfsbeperking tot het moment dat de temperatuur behorende bij PMV = -0,5 bereikt is. De te kiezen waarden zijn afhankelijk van de gekozen ISSO onder Bepaling volgens en het Type afkoeling.

Massa van machines, apparatuur en opslag

  • Warmteverlies

Voor de ISSO 57 is het nodig de massa van de machines, apparatuur en opslag in de ruimten op te geven. Samen met de Soortelijke warmte van machines, apparatuur en opslag bepaalt dit de opwarmtoeslag in een berekening volgens ISSO 57.

Soortelijke warmte van machines, apparatuur en opslag

  • Warmteverlies

Voor de ISSO 57 is het nodig de soortelijke warmte van de machines, apparatuur en opslag in de ruimten op te geven. Samen met de Massa van machines, apparatuur en opslag bepaalt dit de opwarmtoeslag in een berekening volgens ISSO 57.

Toeslag koude materialen

  • Warmteverlies

Voor ruimten bevattende utiliteitsbouw hoger dan 5 meter moet de interne massa (machines en producten) zelf worden bepaald. Voor de berekening van deze specifieke toeslag met betrekking tot niet-optimaliserende regeling, zie ISSO 57 paragraaf 3.4.1.2.

Warmteverlies 2012


Warmteverlies 2012 invoer
Bepaling volgens

Hier geef je aan met welke methodiek de specifieke opwarmtoeslag berekend moet worden. Deze invoer is afhankelijk van het feit of de ruimte een woning- of utiliteitsbouw betreft. Voor meer informatie, zie Opwarmtoeslag.

  • Indien het een ruimte woningbouw betreft, wordt er gerekend met een wizard gebaseerd op ISSO 51, paragraaf 4.4.4;
  • Indien het een ruimte utiliteitsbouw betreft, wordt er gerekend met een wizard gebaseerd op ISSO 53 bijlage E;
  • Indien hier voor een eigen waarde gekozen wordt, kan men de wizard omzeilen door een eigen specifieke opwarmtoeslag in te voeren.
Gebouwmassa

Indien bij de opwarmtoeslag invoer voor utiliteit is gekozen, wordt er een globale gemiddelde gebouwmassa gevraagd.

  • Licht voor lichte gebouwmassa’s zoals houtskeletbouw
  • Middelzwaar voor middelzware gebouwmassa’s zoals metaal en glas
  • Zwaar voor zware gebouwmassa´s zoals beton, metselwerk en andere soorten steen.
Nachtverlaging

Indien bij de opwarmtoeslag invoer voor een wizard is gekozen, wordt er een nachtverlaging gevraagd. Dit is het aantal graden Celsius verschil tussen het dagbedrijf en nachtbedrijf van de installatie. Deze nachtverlaging kan dagelijks en meerdaags ingesteld worden, zodoende kan de nachtverlaging ook voor een dagelijkse en een meerdaagse bedrijfsbeperking (buiten werktijd verlagen van de binnentemperatuur) in ons model opgenomen worden.

Opwarmtijd

De tijd, onder ontwerpcondities, vanaf het moment van inschakelen van de installatie na een periode van bedrijfsbeperking tot het moment dat de temperatuur behorende bij PMV = -0,5 bereikt is.

Weegfactor interne massa

Hier kan een factor worden opgegeven, waarmee extra accumulerend oppervlak ten gevolge van interne massa voor het opwarmen wordt meegenomen. Voor utiliteitsgebouwen behalve winkelgebouwen, bibliotheken en archiefruimten is de weegfactor 0. Deze factor wordt vermenigvuldigd met het vloeroppervlak. Zie tabel 4.6 van ISSO 53. Hieronder is deze tabel te vinden met de richtwaarden van de weegfactor.

Omschrijving cm[-]
Winkel met vooral textiel, stoffen en kleding 0
Supermarkt, drankenhandel, winkel met aardewerk, glaswerk en dergelijke 1
Winkel met metaalwaren, gereedschappen etc. 1
Bibliotheek 0,5
Overige winkelbedrijven 0,25
Archiefruimten*) 1,5
*) Veelal is er in deze ruimten volledige klimatisering gericht op het behoud van de opgeslagen producten.

 


Terug naar de Sjablonen