Projectinstellingen

De projectinstellingen bevat informatie over versies, rekenmodules, en de instellingen van bijbehorende modules.

Tonen en verbergen van modules

Toon

Hier kun je kiezen welke rekenmodules je in dit project wilt gebruiken.

Als bij een module de functie toon wordt aangevinkt, worden de benodigde invoervelden van de bijbehorende rekenmodule in het gehele programma zichtbaar. Wanneer deze functie uit gevinkt staat worden de benodigde invoervelden van de bijbehorende module verborgen. Deze optie kun je echter uitschakelen door onder Voorkeuren de functie Laat alle menu items zien aan te zetten.

Accentueer

Als bij een module de functie accentueer wordt aangevinkt, worden de benodigde invoervelden van de bijbehorende module in het gehele programma gekleurd. Deze kleur is afhankelijk van de onder Voorkeuren ingestelde Module accentueer kleur.

Kun je modules niet aanvinken (grijs weergegeven)? Dan heb je voor die modules geen licentie.
Heb je wel een licentie, maar zijn je modules nog steeds grijs? Dan moet je de modules eerst activeren in het activatiescherm.

Instellingen uitvoer

Resultaten opslaan in project

Je kunt hier per project instellen of de resultaten wel of niet opgeslagen moeten worden in projectbestand. Het opslaan van de resultaten in het projectbestand zorgt ervoor dat bij openen het niet opnieuw doorgerekend hoeft te worden en maakt het projectbestand groter.

Ga naar Extra-Voorkeuren-Opslaan om Resultaten opslaan in project voor elk project aan of uit te zetten. Daar kan ingesteld worden of de optie standaard aan of uit staat bij het aanmaken van een nieuw project.

Tip: Bij gebouwsimulatie projecten met veel ruimten kan het projectbestand groot worden als de resultaten opgeslagen worden. Bij de servicedesk (elements@vabi.nl) komen projectbestanden tot 20 MB binnen. Sla je project op zonder resultaten om de grootte van het projectbestand onder de 20 MB te houden.

Gebruik flexibele rapportage (heropen project bij wijziging)

Je kunt hier per project instellen of de flexibele rapportage wel of niet gebruikt moeten worden in dit projectbestand. Met de flexibele rapportage kan je zelf bepalen welke hoofdstukken en in welke volgorde deze in de rapportage komen. Als je dit vinkje aan of uit zet, dien je het openstaande project op te slaan en opnieuw te openen. Daarna is het aan of uit zetten van de flexibele rapportage toegepast.

Ga naar Extra-Voorkeuren-Algemeen om Maak gebruik van flexibele rapportage voor elk project aan of uit te zetten. Daar kan ingesteld worden of de optie standaard aan of uit staat bij het aanmaken van een nieuw project.

Instellingen modules

Berekening neemt effect mee van beschaduwing

  • Gebouwsimulatie
  • Koellast
  • … door gebouwdelen:Wanneer je in de geometrie elementen hebt gemodelleerd die beschaduwing leveren (uitstekende geveldelen, luifels), kan hier vooralsnog bepaald worden of deze getekende beschaduwing wel of niet in de berekeningen meegenomen moet worden;
  • … door omliggende gebouwen:Wanneer je meerdere gebouwen gedefinieerd hebt, kan hier vooralsnog bepaald worden of omliggende gebouwen als beschaduwing wel of niet in de berekeningen meegenomen moeten worden;
  • … door verzonken ramen:Wanneer je bij Negge een raam een raamdiepte/negge heeft gegeven, kan hier vooralsnog bepaald worden of de beschaduwing voortkomend uit deze raamdiepte wel of niet in de berekeningen meegenomen moet worden.
Een luifel geeft alleen schaduw op beglazing en niet op wanden of daken. Bouwdelen en andere gebouwen geven wel schaduw op niet-transparante bouwdelen, afhankelijk van de instellingen die je hier kiest.

Berekening neemt effect mee van interne zondoorstraling

  • Gebouwsimulatie
  • Koellast

Via deze instelling kun je kiezen of de beschaduwingsberekening rekening dient te houden met interne zondoorstraling. Vabi UO rekende standaard niet met zondoorstraling. Wij adviseren met Vabi Elements wel de interne zondoorstraling door te rekenen.

Beschaduwing met interne doorstraling

Beschaduwing zonder interne doorstraling

Instellingen Gebouwsimulatie

Berekening volgens TO juli

Geef hier aan of je de Gebouwsimulatieberekening volgens TO juli wilt doen. Wanneer je deze aan vinkt zullen er op de achtergrond een aantal dingen anders worden berekend dan een gewone GS-berekening.

Wij hebben ervoor gezorgd dat er een aantal waarden en berekeningen zijn vastgezet, zodat je deze niet zelf hoeft in te voeren, maar je dient als gebruiker ook zelf nog een aantal eigenschappen specifiek in te voeren.

Bekijk hier meer informatie over de berekening volgens TO juli >>

Rekenmethoden EPG

U-waarde raamsystemen

  • EPG
  • Eigen invoer kozijnpercentage: er wordt gekeken naar wat wordt ingevuld bij Hulpmiddelen-Constructies-Kozijnpercentage
  • Standaard 70/80% glas: er wordt een automatische aanname gedaan voor de verhouding tussen glas en kozijn (70-80%).
Publicaties
NEN 1068:2012/C1:2014 Paragraaf 6.2.3.1
Bepaling van de warmtedoorgangscoëfficiënt van ramen en glasdeuren.

Ψ-waarden (koudebrug) voor transmissie

  • EPG
  • Forfaitair: koudebruggen worden forfaitair doorgerekend. Er is geen extra invoer nodig.
  • Uitgebreid: koudebruggen gedetailleerd doorgerekend. Hiervoor dient je alle koudebruggen van de gevel op te geven onder Stap 3: Koppelen.
Publicaties
NEN 7120 H8.3
Rekenregels warmteoverdrachtcoëfficiënt voor transmissie, algemeen.
NEN 1068 H5.1.3
Bepaling warmteverliescoëfficiënt door transmissie met forfaitaire verrekening van lineaire thermische bruggen.
NEN 1068 Bijlage G
Forfaitaire waarden voor de lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt van bouwkundige details.
NEN 1068 H 7, 8 en 9 Bepaling van de warmtedoorgangscoëfficiënt via de
Bepaling van de warmtedoorgangscoëfficiënt via de grond, onverwarmde ruimte en aangrenzende verwarmde ruimte.

Beschaduwing

  • EPG

Standaard wordt de forfaitaire methode aangehouden. Vabi Elements heeft echter een unieke functionaliteit: Met een gedetailleerde berekening wordt de beschaduwing op een andere manier berekend, die gelijk is aan de beschaduwingsberekening van Koellast en Gebouwsimulatie. Hiermee kun je punten op je EPC winnen, zonder er iets aan te doen!

  • Forfaitair: beschaduwing wordt forfaitair doorgerekend
  • Gedetailleerd: beschaduwing wordt gedetailleerd doorgerekend
Publicaties
NEN 7120 H21
Klimaatgegevens
NEN 7120, H 21.3.8
Uitgebreide methode ten aanzien van beschaduwing

Belemmering

  • EPG

Hier geef je aan wat je als belemmering wilt aannemen voor de automatische bepaling van de beschaduwingsreductiefactoren.

Standaard wordt Minimale belemmering aangehouden.

  • Volgens geometrie: de belemmering wordt automatisch bepaald volgens de omliggende objecten rondom het raam die zijn getekend in de geometrie.
  • Minimale belemmering: een beschaduwingsreductiefactor wordt aangehouden volgens tabel 21.4 in paragraaf 21.3.3 van NEN 7120.
  • Volledige belemmering: Hierbij wordt overal een beschaduwingsreductiefactor aangehouden volgens tabel 21.13 in paragraaf 21.3.7 van NEN 7120.
  • Conservatieve belemmering: Hierbij wordt in de zomer minimale belemmering en in de winter volledige belemmering genomen, waardoor zowel de warmte- als de koude behoefte extreem bepaald worden.
  • Eigen beschaduwingsreductiefactoren: In de Lijst met bouwdelen onder eigenschappen > ruimte, ruimte bewerken kan er per bouwdeel, zowel voor de winter- als voor de zomersituatie, een eigen beschaduwingsreductiefactor opgegeven worden. De beschaduwingsreductiefactor moet dan zelf bepaald worden aan de hand van de rekenmethodiek zoals omschreven in paragraaf 21.3 van NEN 7120.
Publicaties

Ventilatorvermogen

  • EPG
  • Forfaitair; ventilatorvermogens onder Luchtbehandeling wordt forfaitair doorgerekend.
  • Gedetailleerd; ventilatievermogen wordt gedetailleerd doorgerekend. Hiervoor dien je aantallen en ventilatorvermogens op te geven van de toevoer- en afvoerventilatoren onder Luchtbehandeling.

Volgens de norm dien je het ventilatorvermogen gedetailleerd door te rekenen, tenzij dat niet mogelijk is.

Publicaties
NEN7120 C4.3.1
Ventilatorvermogen

Verlichtingsvermogen

  • Forfaitair: er wordt een specifiek geïnstalleerd vermogen gebruikt. Deze keuze wordt aangeraden indien de verlichting van een gebouw niet bekend is. Let op: Vermogen opgegeven bij IWP verlichting wordt bij forfaitair niet gebruikt.
  • Gedetailleerd: Hierbij kan er zelf een vermogen per ruimte opgegeven worden bij IWP verlichting. Bij deze optie kan het zijn dat je een verlichtingsplan moet overdragen als bewijsmateriaal om aan het specifieke vermogen te kunnen voldoen.

Standaard wordt forfaitair aangehouden.

Let op: Bij forfaitair wordt veegpuls-, centraal aan/uit en vertrekschakeling gewaardeerd. Echter, geen andere schakelingen zoals daglichtschakeling wordt bij forfaitair ondersteund.
Publicaties
NEN 7120, Paragraaf 16.3
Geïnstalleerd vermogen voor verlichting.

Rekenmethode Warmteverlies

Berekening volgens

  • Warmteverlies
  • ISSO 51, 53 en 57 (2017)
  • ISSO 51, 53 en 57 (2012): Hiermee wordt volgens de oude norm van 2012. Wanneer een project in een oude versie is opgezet, zal deze bij aanpassingen automatisch in de 2012 versie doorgerekend worden
Publicaties
ISSO-publicatie 51
Warmteverliesberekening voor woningen en woongebouwen[/2cols][2cols_last]ISSO Publicatie 51 (2012)  Warmteverliesberekening voor woningen en woongebouwen
ISSO publicatiee 53
Warmteverliesberekening voor utiliteitsgebouwen met vertrekhoogten tot 4 meter[/2cols][2cols_last]ISSO Publicatie 53 (2010, erratum 2012)  Warmteverliesberekening voor utiliteitsgebouwen met vertrekhoogten tot 5 meter
ISSO-publicatie 57
Warmteverliesberekening voor ruimten hoger dan 5 meter - voor industriegebouwen, vides en atria

Terug naar de Projectgegevens