Onderwerpen binnen :

Er kunnen binnen het project meerdere distributiesystemen voor warm tapwater (EPG berekening) worden opgegeven. Denk bijvoorbeeld aan een eenvoudig systeem met een elektroboiler in de keuken met een korte leiding naar het tappunt tot een circulatiesysteem met verschillende warmwatervoorraadvaten.
Aangezien het distributierendement gedeeltelijk wordt gecombineerd met het afgifterendement warm tapwater hoeven hier alleen de gegevens van het eventueel aanwezige (collectieve) circulatiesysteem te worden opgegeven.

Bij het distributiesysteem warm tapwater moet een opwekkingsconfiguratie worden geselecteerd welke de warmte moet leveren voor het systeem. Er kunnen alleen opwekkingsconfiguraties worden geselecteerd waarbij ook daadwerkelijk opwekkers voor warm tapwater zijn opgegeven; is dit niet het geval komen deze niet in de lijst naar voren.

Circulatiesysteem

Circulatiesysteem aanwezig

  • EPG

Is er een circulatiesysteem aanwezig in het gebouw of een deel van het gebouw, kan dit hier worden aangegeven. Een circulatiesysteem voor warm tapwater kan alleen worden opgegeven bij een collectief systeem; dit collectieve systeem moet zijn opgegeven bij de opwekkingsconfiguratie voor warm tapwater.
Enkel de verliezen van het circulatiesysteem worden verrekend in het distributierendement. De andere verliezen zoals de verliezen van de leidingen naar de tappunten worden verrekend in het afgifterendement.

Circulatiesysteem permanent in bedrijf

  • EPG

Is er een circulatiesysteem aanwezig in het gebouw of een deel van het gebouw, kan hier worden aangegeven of deze permanent in bedrijf is of niet. Wanneer deze niet permanent in bedrijf is, dan worden extra warmteverliezen door afkoeling in rekening gebracht welke worden verwerkt in het distributierendement; er volgt extra invoer om aan te geven welk percentage van de tijd het circulatiesysteem in bedrijf is.

Wordt gerekend met de forfaitaire methode voor het bepalen van het distributierendement, zie onder Leidinggegevens, dan heeft het wel of niet permanent in bedrijf zijn van het systeem geen invloed op de berekeningsresultaten.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.4.3.2

Intern plus extern distributierendement warmtapwatersysteem

 

Percentage van tijd in bedrijf

  • EPG

Als het circulatiesysteem niet permanent in bedrijf is kan hier worden aangegeven welk percentage van de dag deze in bedrijf is. Dit heeft geen invloed op de rekenresultaten indien gerekend wordt met de forfaitaire methode voor het bepalen van het distributierendement, zie onder Leidinggegevens.

Vermogen circulatiepompen bekend

Zijn de vermogens van de circulatiepompen bekend moet dit hier worden opgegeven; er verschijnt een extra invoerveld waar het vermogen van de pompen in W kan worden opgegeven.

Op dit moment is het verplicht het vermogen van de pompen op te geven.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.8.2.3

Elektrisch hulpenergiegebruik circulatiepompen

 

Leidinggegevens

Rekenmethode

  • EPG
  • Forfaitair: Indien onvoldoende gegevens over de distributie van tapwater beschikbaar zijn moet gebruik worden gemaakt van de forfaitaire waarden volgens NEN 7120 paragraaf 19.4.3.3. Hierbij wordt alleen de mate van isolatie van het systeem aangegeven, en is er geen gedetailleerde invoer van leidingen benodigd.
  • Uitgebreid: Indien voldoende gegevens over de distributie van tapwater bekend zijn, dan kan gebruik worden gemaakt van de gedetailleerde methode. Deze methode geeft over het algemeen een gunstigere uitkomst. Hierbij moeten de leidingen, materialen en de mate van isolatie voor de tapwater distributie worden opgegeven.
Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.4.3.3

IIntern plus extern distributierendement warmtapwatersysteem – rekenwaarden

 

Isolatie leidingen

  • EPG

Bij de forfaitaire methode voor het bepalen van het distributierendement moet worden aangegeven hoe de mate van isolatie is; dit resulteert in een distributierendement zoals is aangegeven in par. 19.4.3.3 NEN 7120.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.4.3.3

IIntern plus extern distributierendement warmtapwatersysteem – rekenwaarden

 

Rekenmethode uitgebreid

  • EPG

Wordt bij Rekenmethode gekozen voor de uitgebreide methode, verschijnt bovenstaand scherm waarin de leidingen van het circulatiesysteem kunnen worden opgegeven. Er kunnen leidingen worden toegevoegd, gekopieerd en weer verwijderd via de iconen in het scherm.

Voldoende gegevens over de isolatie van de circulatieleidingen bekend

  • EPG

Hier kan worden aangegeven of de gegevens over de isolatie van de circulatieleidingen bekend zijn of dat deze geschat moeten worden: zie onder Isolatiedikte.

Aantal

  • EPG

Hier geef je het aantal identieke leidingen op in het systeem. De lengte van de leiding wordt vermenigvuldigd met dit aantal en in de berekening meegenomen.

Lengte

  • EPG

Hier geef je de lengte op van het leidingdeel in m.

Uitw. middellijn

  • EPG

De uitwendige middellijn van de leiding moet hier worden opgegeven zoals deze is aangegeven in de tabellen 19.4 en 19.6 NEN 7120. In combinatie met de isolatiedikte wordt de U-waarde per meter koper leiding bepaald.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.4.3.3

IIntern plus extern distributierendement warmtapwatersysteem – rekenwaarden

 

Materiaal

  • EPG

Opgave van het materiaal van de circulatieleidingen, zie tabel 19.5 NEN 7120.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.4.3.3

IIntern plus extern distributierendement warmtapwatersysteem – rekenwaarden

 

Isolatiedikte (onvoldoende gegevens bekend)

  • EPG

Opgave van de isolatiedikte van de leiding volgens tabel 19.6 NEN 7120.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.4.3.3

IIntern plus extern distributierendement warmtapwatersysteem – rekenwaarden

 

Isolatiedikte (voldoende gegevens bekend)

  • EPG

Opgave van de isolatiedikte van de leiding volgens tabel 19.4 NEN 7120.


Terug naar Hulpmiddelen