De opwekker zorgt voor de opwarming of koeling van het distributienet die vervolgens de warmte of koude naar het afgifte-apparaat of de luchtbehandelingskast zal transporteren. De afgifteapparaten kunnen als een lijst worden opgegeven via het afgifte-sjabloon.

Visualisatie

Een opwekker kan gevisualiseerd worden door middel van een kleur. Deze kleur zal gebruikt worden in de 3D visualisatie onder resultaten. Als je de diverse sjablonen van een opvallende kleur hebt voorzien, krijg je op deze manier snel een overzicht van het gebruik van de verschillende sjablonen.

Configuratie

Opwekkingsconfiguratie

  • EPG

Voor de EPG berekening wordt onderscheid gemaakt in individuele systemen en collectieve systemen. Dit onderscheid wordt gemaakt bij de forfaitaire rendementen van verwarmingsketels en bij de bepaling van de hulpenergie voor verwarming. Voor warm tapwater worden systemen met circulatieleidingen en warmwatervoorraadvaten, alsmede systemen met blokverwarming waarbij de warmte via een warmtewisselaar wordt overgedragen aan warm tapwater, gezien als collectieve systemen.

Rekenmethode hulpenergie

  • EPG

Voor individuele systemen kan voor de hulpenergie verwarming worden gekozen voor de forfaitaire en de gedetailleerde methode.

  • Forfaitair: De hulpenergie voor individuele systemen wordt forfaitair bepaald.
  • Gedetailleerd: De hulpenergie voor individuele systemen wordt volgens kwaliteitsverklaringen opgegeven. Bij de opwekkers verschijnt een subscherm ‘Hulpenergie verwarming’ waar de hulpenergie op verschillende manieren kan worden opgegeven.

Opwekkers

Bij de opwekkers kunnen voor verwarming, warm tapwater en koeling de verschillende opwekkers worden opgegeven. Voor verwarming en warm tapwater kunnen verschillende combi-opwekkers worden opgegeven.

Hoofdopwekker (preferent)

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

 

 

Voor de opwekker binnen het ‘Systeem’ kan worden aangegeven of deze preferent is. Dit is alleen van belang indien er voor Warmte, Tapwater of Koude meerdere opwekkers zijn opgegeven; bij de opgave van een enkele opwekker is deze standaard preferent. Indien meerdere opwekkers zijn opgegeven voor Warmte, Tapwater of Koude, maar er is geen preferente opwekker opgegeven, wordt volgens de regels in de NEN 7120 een preferente opwekker gekozen. Indien een preferente opwekker is opgegeven, waarbij de regels zijn overschreden zal de berekening van de EPG hierop een melding geven.

Type

Locatie opwekker

  • EPG

De locatie van de opwekker kan hier worden aangegeven. Dit wordt alleen voor individuele verwarmingsketels meegenomen, waarbij het rendement forfaitair wordt bepaald; voor de overige opwekkers maakt dit geen verschil. Indien gekozen wordt voor ‘Binnen zone’, wordt dit gezien als zijnde ‘geplaatst binnen de begrenzing van de EPG-berekening’ (zie tabel 14.11 NEN 7120). Voor de overige keuzen wordt gerekend met ‘geplaatst buiten de begrenzing van de EPG-berekening’.

Type

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Afhankelijk van de opwekkingsconfiguratie (individueel of collectief) en het gekozen systeem (Warmte, Tapwater, Koude, Warmte & Tapwater) kan hier een type opwekker worden gekozen.

Warmte opwekker (individueel en collectief)

Ketel
Een ketel voor verwarming

Warmtepomp

Een warmtepomp haalt warmte uit water of lucht. Dit gebeurt door een vloeistof te verdampen en vervolgens samen te persen. Hierdoor stijgt de temperatuur. Via een warmtewisselaar wordt die warmte gebruikt voor ruimteverwarming of voor het verwarmen van water.

Maak in Elements een warmte/koudepomp door een compressiekoelmachine in één opwekkerconfiguratie te combineren met een warmtepomp.

(Bron en meer informatie: www.rvo.nl)

Warmtekrachtkoppeling (WKK/microWKK)
WKK/microWKK voor verwarming; ofwel warmtekrachtketel, is een verwarmingsketel die behalve warmte ook elektriciteit produceert als er een warmtevraag is in het gebouw. De energie wordt uit eenzelfde energiebron geproduceerd. Onder energiebron wordt verstaan: aardgas, biogas, propaan, butaan of waterstof. De bron verwarmt alleen de centrale verwarming.

Zonne-energiesysteem

Zonnewarmte is een techniek, waarbij de energie van het zonlicht wordt omgezet in warmte voor toepassing in een gebouw of bedrijf. De bekendste toepassing is de zonneboiler, waarin de warmte wordt gebruikt voor het maken van warmtapwater.

(Bron en meer informatie: www.rvo.nl)

Externe warmtelevering
Externe warmtelevering voor verwarming wordt ook wel ‘warmtedistributie’ of ‘stadsverwarming’ genoemd. Het maakt gebruik van restwarmte van elektriciteitscentrales (STEG/gasmotor), afvalverbrandingsinstallaties, industrieën en biomassacentrales. Deze warmte wordt vervolgens via een distributienet, zoals water, naar de locatie geleid. De bron verwarmt alleen de centrale verwarming.

Koude opwekker (individueel en collectief)

Compressie-koelmachine

Compressiekoelmachine (of warmtepomp) voor koeling; is een koelmachine waarbij een compressor bij een lage druk een koelmiddel aanzuigt dat door compressie op een hogere druk wordt gebracht bij stijging van temperatuur. De compressor wordt elektrisch aangedreven. Het hete koelgas wordt naar de condensor geleid waar het wordt gekoeld en tot vloeistof condenseert. Vervolgens vindt in het expansieventiel een reductie van de druk plaats, waarna het vloeibare koelmiddel in de verdamper bij deze lagere druk tot verdamping komt. Hierbij wordt warmte aan water (indirecte expansiekoeling) of aan lucht (directe expansiekoeling) onttrokken. In de verdamper wordt dus warmte aan de omgeving (water of lucht) onttrokken (=koeling), deze warmte wordt in de condensor weer afgegeven aan bijvoorbeeld de buitenlucht.

Maak in Elements een warmte/koudepomp door een compressiekoelmachine in één opwekkerconfiguratie te combineren met een warmtepomp.

Absorptiekoelmachine

absorptiekoelmachine voor koeling; is een koelmachine waarbij, bij de aandrijving, gebruik wordt gemaakt van restwarmte van voldoende hoog temperatuurniveau (>110°C). Dit is bijvoorbeeld warmte die vrijkomt bij de productie van elektriciteit (gebouwgebonden warmtekracht) of stadsverwarming (externe warmtelevering). In vergelijking tot een compressiekoelmachine met dezelfde koelcapaciteit is het gebruik aan primaire energie ongeveer twee maal zo hoog. De geluidproductie is echter aanzienlijk lager, zodat in projecten waar hoge eisen worden gesteld aan het geluid de toepassing van absorptiekoeling een goede optie kan zijn. (Bron: www.rvo.nl. Meer informatie ISSO 43)

Koudeopslag
koudeopslag of bodemkoeling zonder inzet van een koelmachine. De warmtepomp wordt niet ingezet voor actieve koeling maar voor passieve koeling.

Dauwpuntkoeling
Dauwpuntkoeling is het koelen van ventilatielucht in gebouwen door mdidel van verdampend water.

Externe koude levering
Er wordt gebruik gemaakt van externe koude.

Tapwater opwekker (individueel)

Warmwatertoestel
Individuele ketel voor warm tapwater

Keukengeiser
Dit is een apparaat dat warm water kan leveren. Voldoende om in een redelijke tijd een grote hoeveelheid water te verwarmen voor bijvoorbeeld het uitvoeren van de afwas.

Elektrische boiler
Elektrische boiler voor warm tapwater

Warmtepompboiler
Warmtepompboiler voor warm tapwater met als bron ventilatie-retourlucht. Een warmtepompboiler bevat een thermisch vat, waarin een voorraad warm water wordt bijgehouden. De opwarming van de waterinhoud geschiedt met behulp van een warmtepomp.

Boosterwarmtepomp
Individuele boosterwarmtepomp voor warm tapwater (Bijv in combinatie met stadsverwarming)

Warmtekrachtkoppeling (WKK/microWKK)
Individuele WKK/microWKK voor warm tapwater.

Zonneboiler
Energie van de zon wordt omgezet in warmte voor warm tapwater.

Biomassatoestel
Individueel biomassatoestel voor warm tapwater. Een biomassa ketel verbrandt biomassa, zoals pellets of houtsnippers om een gebouw mee te verwarmen. Deze brandstoffen zijn opgeslagen in een voorraadvat en worden getransporteerd naar de brander. Door lucht toe te voeren en de biomassa te verbranden wordt heet water geproduceerd voor de verwarming.

Tapwater opwekker (collectief)

Gasboiler
bevat een thermisch vat waarin een voorraad warm water wordt bijgehouden. De opwarming van de waterinhoud geschiedt met behulp van gas. Gasboilers en elektroboilers worden in een collectief systeem voor warm tapwater toegepast als direct verwarmde voorraadvaten; een combinatie met andere opwekkers is hierbij niet mogelijk. Er verschijnt een subscherm ‘Voorraadvaten’ waarbij de inhoud van de voorraadvaten kan worden opgegeven. Deze inhoud wordt gebruikt om de preferente opwekker te kunnen bepalen indien er meerdere gasboilers en/of elektrische boilers zijn opgegeven.

Elektrische boiler
bevat een thermisch vat waarin voorraad warm water wordt bijgehouden. De opwarming van de waterinhoud geschiedt met behulp van elektriciteit. Gasboilers en elektroboilers worden in een collectief systeem voor warm tapwater toegepast als direct verwarmde voorraadvaten; een combinatie met andere opwekkers is hierbij niet mogelijk. Er verschijnt een subscherm ‘Voorraadvaten’, zie bij Gasboiler.

Warmtewisselaar indirect verwarmde voorraadvaten
een collectief systeem voor warm tapwater met indirect verwarmde voorraadvaten is mogelijk in combinatie met een ketel, warmtepomp, WKK of externe warmtelevering. Hiervoor moet ook de warmtewisselaar indirect verwarmde voorraadvaten worden opgegeven. Er verschijnt een subscherm ‘Voorraadvaten’ waarbij de isolatie van de voorraadvaten (forfaitare methode; uitgebreide methode is nu nog niet mogelijk) kan worden opgegeven.

Afleverset verwarmingssysteem (woningbouw)
warm tapwater kan gedistribueerd worden door middel van een afleverset voor warm tapwater. Dit kan van toepassing zijn in de woningbouw waarin een verwarmingssysteem met blokverwarming wordt toegepast. Naast de opwekkers voor het collectieve verwarmingssysteem voor warmte moet ook de afleverset voor warm tapwater worden opgegeven

Ketel
ketel voor warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar worden ingezet in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten.

Warmtepomp
warmtepomp voor warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar worden ingezet in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten.

Warmtekrachtkoppeling (WKK)
WKK voor warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar worden ingezet in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten.

Zonne-energiesysteem
zonne-energiesysteem voor warm tapwater

Externe warmtelevering
externe warmtelevering voor warm tapwater; deze opwekker kan ook ingezet worden in combinatie met de warmtewisselaar in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten.

Warmte en tapwater (individueel)

Combitoestel
Individuele combi-ketel voor verwarming en warm tapwater.

Combiwarmtepomp
Individuele combi-armtepomp voor verwarming en warm tapwater.

Warmtekrachtkoppeling (WKK/microWKK)
Individuele WKK/microWKK voor verwarming en warm tapwater.

Zonnecombisysteem
Zonneboiler voor verwarming en warm tapwater.

Externe warmtelevering
Externe warmtelevering voor verwarming en warm tapwater.

Warmte en tapwater (collectief)

Ketel
Ketel voor verwarming en warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar (Tapwater) worden ingezet in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten voor warm tapwater.

Warmtepomp
Warmtepomp voor verwarming en warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar (Tapwater) worden ingezet in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten voor warm tapwater.

Warmtekrachtkoppeling (WKK)
WKK voor verwarming en warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar (Tapwater) worden ingezet in een systeem met indirect verwarmde voorraadvaten voor warm tapwater.

Zonne-energiesysteem
Zonne-energiesysteem voor verwarming en warm tapwater; deze optie kan niet worden meegenomen in de EPG berekening.

Externe warmtelevering
Externe warmtelevering voor verwarming en warm tapwater; deze opwekker kan alleen in combinatie met de warmtewisselaar (Tapwater) of afleverset verwarmingssysteem (Tapwater) worden ingezet in een systeem voor warm tapwater.

 

Warmte systeem

Keurmerk warmte

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Voor een ketel voor verwarming en/of warm tapwater kan hier worden aangegeven welk type ketel het betreft. Afhankelijk van de keuze wordt mede hiermee het forfaitaire en het deellast rendement bepaald (zie tabellen 14.11 en 19.19 NEN 7120). Voor HR-ketels is voor het deellastrendement ook de retourtemperatuur van het distributienet van belang.

Keurmerk warmte

CR-ketel
conventioneel rendement ketel met een rendement van 70-80% De bron verwarmt alleen de centrale verwarming. (Bron: ISSO EPA-W)

VR-ketel
een met gas gestookte verbeterd rendement ketel met een vollastrendement van ten minste 88,7% op onderwaarde, gemeten volgens NEN-EN 677. De bron verwarmt alleen de centrale verwarming.

HR-100-ketel
een met gas gestookte hoog rendement ketel met deellastrendement van ten minste 100% op onderwaarde, gemeten volgens NEN-EN 677 en /of een toestel dat de HR-100 kwaliteitsaanduiding heeft volgens de Keuringseisen voor Gastoestellen (Gaskeur CV-HR). De bron verwarmt alleen de centrale verwarming.

HR-104-ketel
een met gas gestookte hoog rendement ketel met deellastrendement van ten minste 104% op onderwaarde, gemeten volgens NEN-EN 677 en /of een toestel dat de HR-104 kwaliteitsaanduiding heeft volgens de Keuringseisen voor Gastoestellen (Gaskeur CV-HR). De bron verwarmt alleen de centrale verwarming.

HR-107-ketel
een met gas gestookte hoog rendement ketel met deellastrendement van ten minste 107% op onderwaarde, gemeten volgens NEN-EN 677 en /of een toestel dat de HR-107 kwaliteitsaanduiding heeft volgens de Keuringseisen voor Gastoestellen (Gaskeur CV-HR). De bron verwarmt alleen de centrale verwarming.

Biomassa-ketel (handgestookt)
Een biomassa ketel verbrandt biomassa zoals pellets of houtsnippers om een gebouw mee te verwarmen. Deze brandstoffen zijn opgeslagen in een voorraadvat en worden getransporteerd naar de brander. Door lucht toe te voeren en de biomassa te verbranden wordt heet water geproduceerd voor de verwarming. De pelletketel is de meest voorkomende biomassa ketel. Voordelen van een biomassaketel: Maakt gebruik van biomassa: een onuitputtelijke bron van energie; Draagt bij aan vermindering van de CO2 uitstoot en de verbetering van het klimaat.

Biomassa-ketel (automatisch gestookt)

 

Waakvlam aanwezig

  • EPG

Voor een CR- en VR-ketel voor verwarming kan worden aangegeven of er een waakvlam aanwezig is. Hiervoor wordt extra thermisch hulpenergiegebruik in rekening gebracht (zie par 14.6.5 NEN 7120).

Modulerende vermogensregeling

  • EPG

Voor een opwekkingstoestel voor verwarming met een vermogensregeling kan dit hier worden opgegeven. De vermogensregeling heeft enige invloed op het in rekening te brengen hulpenergiegebruik van het opwekkingstoestel.

Ondergrens modulatie

  • EPG

Bij opgave van een modulerende vermogensregeling kan hier de ondergrens van de modulatie worden opgegeven van 0.4 – 1.0. Bij een ondergrens van minder dan 0.4 wordt standaard 0.4 aangehouden.

Energiedrager (warmte)

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Voor de ketel voor Warmte moet worden aangegeven of het een gasgestookte of een oliegestookte ketel betreft. Deze keuze kan alleen worden gemaakt indien voor het keurmerk warmte CR-ketel is opgegeven.

  • Gas gasgestookte ketel
  • Olie oliegestookte ketel

Koude systeem

Energiedrager

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Voor de compressiekoelmachine voor Koude moet worden aangegeven of het een gasmotor- of elektrisch aangedreven compressiekoelmachine betreft.

Bron

  • Gebouwsimulatie

Opgave van de bron van de compressiekoelmachine. Dit heeft invloed op de invoer van het Rendement Gebouwsimulatie.

Specificaties

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Opgave van de specificaties van de compressiekoelmachine voor Koude. Met de opgegeven specificaties wordt het forfaitaire rendement bepaald volgens tabel 17.6 NEN 7120 alsmede het hulpenergiegebruik voor het af te voeren koelvermogen van de koudeopwekking, zie tabel 17.8 NEN 7120. De specificatie of het een HT-afgiftesysteem betreft is hierin niet opgenomen; dit wordt via het hulpmiddel distributie doorgegeven aan het koelsysteem.

Op basis van de specificaties wordt voor gebouwsimulatie het deellastrendement bepaald.

Compressor

  • Gebouwsimulatie

Opgaven van de specificaties van de compressor. Deze keuze kan alleen worden gemaakt als het type op compressiekoelmachine is en het rendement gebouwsimulatie staat op deellastrendement.

De combinatie toerengeregelde scrollcompressor met watergekoelde condensor is niet mogeljk. In deze situatie komt een melding dat wordt gerekend met het  jaarlijks gemiddeld rendement.

Gesloten circuit

  • EPG

Voor de compressiekoelmachine of de absorptiekoelmachine kan worden aangegeven of de natte koeltoren of de verdampingscondensor een gesloten circuit betreft. Dit kan hier worden opgegeven en wordt meegenomen in de bepaling van de hulpenergie voor het af te voeren koelvermogen.

Pomp(en)/ventilator(en) met toerenregeling

  • EPG

Voor het bepalen van de hulpenergie voor de opwekking van het koelsysteem kan hier worden aangegeven of, indien aanwezig, de pompen van het koelwatercircuit tussen koelmachine en koudebron of de ventilatoren van luchtgekoelde condensors of koeltorens een toerenregeling hebben.

Afwijkend omzettingsgetal

  • EPG

Voor de gasmotor aangedreven compressie koelmachine kan van het forfaitair thermisch omzettingsgetal worden afgeweken (zie tabel 17.6 en 14.17 WKK NEN 7120) door hier een afwijkend omzettingsgetal op te geven.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 14.6.4.4

Gebouwgebonden warmtekrachtinstallaties en microWKK

NEN 7120, paragraaf 17.5.4

Opwekkingsrendement koelsysteem – Rekenwaarden opwekkingsrendement

 

Asvermogen

  • EPG

Voor de aangedreven compressie koelmachine moet het asvermogen van de gasmotor worden opgegeven om het thermisch vermogen van de koelmachine te bepalen.

Waterdebiet

  • EPG

Voor de koudeopslag moet het grondwaterdebiet of het debiet over de bodemwarmtewisselaars worden opgegeven om het thermisch koelvermogen te bepalen.

Tapwater systeem

Keurmerk tapwater

  • EPG

Voor (combi-)ketel of warmwatertoestel moet het Gaskeur keurmerk worden opgegeven om zo het forfaitaire rendement van de (combi-)ketel te kunnen bepalen (zie tabel 19.16 NEN 7120).

  • Geen geen keurmerk van toepassing
  • CW keurmerk comfort warm water van toepassing
  • HRww keurmerk hoog rendement warm water van toepassing

Toepassingsklasse

  • EPG

Voor (combi-)ketel of warmwatertoestel moet het Gaskeur-CW-comfortklasse keurmerk worden opgegeven om zo het forfaitaire rendement van de (combi-)ketel te kunnen bepalen (zie tabel 19.16 NEN 7120).

  • CW-1 klasse ‘aanrecht’ voor uitsluitend keukengebruik
  • CW-1* klasse CW-1 met toevoeging van de avonddouchetapping van CW-2 van 3.5 dm3/min
  • CW-2 keurmerk hoog rendement van toepassing
  • CW-3 tapdebiet van minimaal 6 dm3/min van 60º en vullen van een bad met 100 dm3 water van 40º binnen 12 min
  • CW-4 tapdebiet van minimaal 7.5 dm3/min van 60º en vullen van een bad met 120 dm3 water van 40º binnen 11 min
  • CW-5 tapdebiet van minimaal 7.5 dm3/min van 60º en vullen van een bad met 150 dm3 water van 40º binnen 10 min
  • CW-6 tapdebiet van minimaal 7.5 dm3/min van 60º en vullen van een bad met 200 dm3 water van 40º binnen 10 min.
Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.7.3.1

Energiefractie en opwekkingsrendement – normatieve Nederlandse methode (Gaskeur)

 

Waardering biomassa

  • EPG

Voor (combi-)ketel of warmwatertoestel moet het Gaskeur keurmerk worden opgegeven om zo het forfaitaire rendement van de (combi-)ketel te kunnen bepalen (zie tabel 19.16 NEN 7120).

  • Biomassa voor ketels die vallen onder Activiteitenbesluit Hieronder wordt verstaan: plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal, plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, kurkafval en A-hout. Andere houtsoorten zijn uitgezonderd omdat er bij verbranding ongewenste stoffen vrijkomen (geïmpregneerd hout, geplastificeerd spaanplaat, laminaat etc).;
  • Biomassa voor ketels die voldoen aan minimale verbrandingskwaliteit bijlage O In bijlage O van wijzigingsblad A1 van NEN 7120 is aangegeven aan welke eisen met betrekking tot minimale verbrandingskwaliteit en maximaal emissieniveau kachels en ketels moeten voldoen.
  • Biomassa overig Biomassa wat niet valt onder activiteitenbesluit en niet voldoet aan bijlage O.
Publicaties

NEN 7120, Bijlage O

Grenswaarden voor de minimale verbrandingskwaliteit en het maximale emissieniveau van op biomassa gestookte kachels en ketels ten behoeve van de bepaling van de getalswaarden voor de primaire energiefactor van biomassa

NEN 7120, tabel 19.16

Opwekkingsrendement van een toestel voor warmtapwaterbereiding

 

Vermogen

Het vermogen van de opwekker wordt bepaald door het opgesteld vermogen van de LVK’s in de vertrekken die doorgerekend worden en de deelfractie die voor de verwarmingsbatterij in de LBK nodig is. Dit totale vermogen wordt verdubbeld, zodat er voldoende vermogen is om de LVK’s en de verwarmingsbatterij te voorzien. De aan- en afvoertemperatuur zijn van belang voor de debietbepaling.

 

Thermisch vermogen

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Dit is het maximale thermische vermogen van de opwekker, gemeten in kilowatt. Als je hier ongelimiteerd opgeeft, zullen er geen overschrijdingsuren ontstaan op basis van het beperkte vermogen van de opwekker. Als er overschrijdingsuren voorkomen, moet er een ander onderdeel gelimiteerd zijn. Als een waarde opgegeven wordt voor het thermisch vermogen ingevuld kan het rendement voor gebouwsimulatie (deellast of jaargemiddeld) ingevuld worden.

  • Ongelimiteerd: met deze keuze wordt ervan uitgegaan dat de opwekker een onbeperkt vermogen heeft;
  • Waarde opgeven (gelimiteerd): met deze keuze wordt een vermogen opgegeven hoeveel de opwekker maximaal kan produceren. Mocht de behoefte groter zijn dan de opwekker aankan, wordt de ontwerptemperatuur mogelijk niet behaald. Men dient dan het vermogen te vergroten, of een secundaire opwekker te gebruiken. Met deze optie kan het rendement voor gebouwsimulatie (deellast of jaargemiddeld) ingevuld worden.
Nominaal vermogen vsThermisch vermogen vs Asvermogen

Bron: Informatieblad Inspectie en Onderhoud van Stookinstallaties – InfoMil – November 2008

In het Activiteitenbesluit wordt voor de aanduiding van de capaciteit van de installaties gewerkt met nominaal vermogen. De scheidslijn tussen wel en geen keuringsverplichting ligt op 20 kW voor niet gasgestookte installaties en op 100 kW nominaal vermogen voor gasgestookte installaties.

In de Besluiten landbouw milieubeheer en glastuinbouw wordt voor de aanduiding van de capaciteit van de installaties gewerkt met nominale belasting op bovenwaarde. De scheidslijn tussen wel en niet periodiek inspecteren ligt op 130 kW.

In het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer wordt gesproken over een thermisch vermogen van 130 kW. Het begrip ‘thermisch vermogen’ komt in dit geval overeen met het begrip ‘belasting’ uit de agrarische amvb’s. ‘Thermisch vermogen’ is de officiele vertaling van ‘thermal rated input’ uit de Europese richtlijn. Veelal zal dit overeenkomen met 100 kW nominaal vermogen.

In het Bees B wordt het begrip thermisch vermogen gebruikt. Met thermisch vermogen wordt hetzelfde bedoeld als nominale belasting op onderwaarde. Andere, op vermogen betrekking hebbende namen uit het Bees, zijn asvermogen en arbeidsvermogen bij motoren. Met deze termen wordt bedoeld de hoeveelheid energie die per tijdseenheid aan een motoras wordt afgegeven.

De functie van de motor is dan het aandrijven van een generator voor het opwekken van elektriciteit. Omdat de omzetting naar elektriciteit met weinig verlies plaatsvindt, is de hoogte van het asvermogen ruwweg gelijk aan het geleverde elektrisch vermogen. Let wel; de hoeveelheid energie per tijdseenheid die aan een motor wordt toegevoerd om het gevraagde asvermogen te leveren is groter. Zo’n 30 tot 40% van de in de brandstof toegevoerde energie wordt slechts in elektriciteit omgezet; de rest is warmteverlies.
Bij warmtekrachttoepassingen wordt deze rest vrijwel geheel nuttig ingezet, waardoor een gunstig totaalrendement behaald wordt.

 

Rendement Gebouwsimulatie

  • Gebouwsimulatie

Deze opties is beschikbaar als een eigen waarde is ingevuld voor het thermisch vermogen. Het rendement wordt gebruikt voor de module Energie & Kosten om het energieverbruik te berekenen.

  • Deellastrendement: rendement wordt uurlijks bepaald, onder andere afhankelijk van type opwekker.
  • Jaargemiddeld rendement: er wordt met een vast (jaargemiddeld) rendement gerekend.

Bij de resultaten is in de rapportage (Hoofdstuk: Invoer algemeen – Opwekking) het (berekende) gemiddelde rendement opgenomen, zie onderstaande afbeelding. Het is (nog) niet mogelijk om de uurlijkse rendement in de daguitvoer te zien.

Aanvoertemperatuur

  • EPG

Aanvoertemperatuur van de warmtepomp in °C.

Nominale brontemperatuur

  • Gebouwsimulatie

Nominale temperatuur van de Bron behorend bij Thermisch vermogen, Nominale aanvoertemperatuur en Nominaal rendement. Invoer is noodzakelijk voor deellastrendement bij type Warmtepomp, Compressiekoelmachine en Absorptiekoelmachine.

Nominale aanvoertemperatuur

  • Gebouwsimulatie

Nominale aanvoertemperatuur van distributienet behorend bij Thermisch vermogen, Nominale brontemperatuur en Nominaal rendement. Invoer is noodzakelijk voor deellastrendement bij type Warmtepomp, Compressiekoelmachine en Absorptiekoelmachine.

Als de aanvoertemperatuur opgewekt door de opwekker en de brontemperatuur de opgegeven waarden zijn, dan genereert de opwekker het opgegeven vermogen. Als de opgegeven aanvoertemperatuur van het distributienet dan wel de brontempratuur anders is, dan wordt het vermogen herschaald.

Bij het invullen van het deellastrendement staat de nominale aanvoertemperatuur standaard op 35 °C. Dat is een reële waarde die hoort bij de verwarming van een warmtepomp, maar geen juiste waarde voor een systeem voor koude. Voor een systeem voor koude zijn reële waarden 6 of 17 °C.

Referentiebrontemperatuur

  • Gebouwsimulatie

Jaargemiddelde referentie temperatuur van de Bron. Invoer is noodzakelijk voor deellastrendement bij type Warmtepomp, Compressiekoelmachine en Absorptiekoelmachine. Het gehele jaar wordt met deze brontemperatuur gerekend. Als de bron buitenlucht is hoeft deze niet ingevuld worden omdat deze volgt uit het klimaatbestand.

Nominaal rendement

  • Gebouwsimulatie

Nominaal rendement behorend bij Nominale brontemperatuur, Nominale aanvoertemperatuur en Referentiebrontemperatuur. Invoer is noodzakelijk voor deellastrendement bij type Warmtepomp, Compressiekoelmachine en Absorptiekoelmachine.

Afwijkend rendement

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Indien wordt afgeweken van het forfaitair rendement kan dit hier worden aangegeven. Voor een warmtepomp voor verwarming is dit de COP waarde, voor een warmtepomp voor koeling (op te geven als compressiekoelmachine) is dit de EER waarde. Voor het afwijkende rendement moet wel een kwaliteitsverklaring worden overhandigd.

Rendement

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Opgave van het rendement (of COP, EER) van de opwekker indien een afwijkend rendement (kwaliteitsverklaring) wordt opgegeven.

Rendement tapwater

  • EPG

Opgave van het rendement warm tapwater in geval van een combi-opwekker (Warmte & Tapwater) indien een afwijkend rendement (kwaliteitsverklaring) wordt opgegeven.

Warmtepomp

Voldoet aan minimale COP-waarde

  • EPG

Indien een warmtepomp voor verwarming wordt opgegeven waarbij het rendement (COP waarde) forfaitair moet worden bepaald, kan hier worden aangegeven of de COP waarde voldoet aan de omstandigheden zoals deze in tabel 14.14 NEN 7120 worden aangegeven. De minimale COP-waarde wordt alleen gebruikt voor elektische warmtepompen voor de woningbouw waarbij het rendement (COP) forfaitair wordt bepaald; zie tabel 14.13 NEN 7120.

Indien een warmtepompboiler voor warm tapwater wordt opgegeven waarbij het rendement (COP waarde) forfaitair moet worden bepaald, kan hier worden aangegeven of de warmtepomp volgens bijlage A een opwekkingsrendement heeft van tenminste 2.2 (zie tabel 19.16).

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 14.6.4.3.2

Warmtepompen en elektrische verwarming – Categorie woningbouw

NEN 7120, paragraaf 19.7.3.1

Energiefractie en opwekkingsrendement – normatieve Nederlandse methode (Gaskeur)

 

Type

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Opgave van het type warmtepomp

Samengestelde warmtepomp

  • EPG

Indien de toegepaste warmtepomp een samengestelde warmtepomp wordt dit hier aangegeven.

Bron

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Opgave van de bron van de warmtepomp. Dit heeft invloed op de invoer van het Rendement Gebouwsimulatie.

Opgave van de bron van de warmtepomp. Voor de EPG is dit  alleen van toepassing indien het rendement forfaitair moet worden bepaald; zie tabel 14.13 en 14.16 NEN 7120. Bij Gebouwsimulatie is de bron alleen van invloed op het moment dat er met een deellastrendement wordt gerekend.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 14.6.4.3.2

Warmtepompen en elektrische verwarming – Categorie woningbouw

NEN 7120, paragraaf 14.6.4.3.3

Warmtepompen en elektrische verwarming – Categorie utiliteitsbouw(Gaskeur)

 

Lucht-waterwarmtepomp

  • EPG

Bij opgave van een warmtepomp kan hier worden aangegeven of de warmtepomp van het type lucht-waterwarmtepomp is. Bij een lucht-waterwarmtepomp moet volgens bijlage E NEN 7120 zowel de energiefractie als het rendement worden opgegeven volgens een kwaliteitsverklaring. De energiefractie is alleen van toepassing indien er voor verwarming meerdere opwekkers zijn opgegeven.

De optie lucht-waterwarmtepomp komt alleen naar voren indien bij de bron (woningbouw of utiliteit) is aangegeven ‘Buitenlucht’ of ‘Retourlucht’.

Publicaties

NEN 7120, Bijlage E

Bepaling opwekkingsrendement lucht-naar-waterwarmtepompen voor verwarming

 

Energiefractie

  • EPG

Opgave van de energiefractie indien er een lucht-waterwarmtepomp is opgegeven. De energiefractie is het aandeel in de totale warmte- of koudelevering door een warmte- of koudeopwekker. In geval van slechts één opwekkingstoestel is de waarde van de energiefractie 1. Voor een lucht-naar-waterwarmtepomp met niet-geïntegreerde bijstook wordt het aandeel bepaald uit de door de warmtepomp geleverde warmte.

Publicaties

NEN 7120, Bijlage E.2

Bepaling energiefractie voor verwarming

NEN 7120, Bijlage E.3.2

Rekenwaarde jaarlijks door de lucht-naar-waterwarmtepomp geleverde warmte

 

Minimale luchtvolumestroom bekend

  • EPG

Voor een warmtepompboiler kan een minimale luchtvolumestroom nodig zijn om goed te kunnen werken. Indien dit bekend is volgens opgave fabrikant kan dit hier worden aangegeven en kan het minimale debiet in dm3/s worden opgegeven. Wordt geen minimale luchtvolumestroom opgegeven wordt deze bepaald aan de hand van de gebruiksoppervlakte van het gebouw of deel van het gebouw.

Publicaties

NEN 7120, Bijlage E.5.2

Ventilatiedebiet

 

Warmtebron

  • EPG

Heeft invloed op het moment dat er met een deellastrendement wordt gerekend.

Energiefractie tapwater

  • EPG

Bij de keuze voor een boosterwarmtepomp, waarbij is gekozen voor warmtebron verwarmingssysteem en gebouwkoeling, vul dan de energiefractie tapwater in.

Warmtekrachtkoppeling

Elektrisch vermogen

  • EPG

Opgave van het elektrisch vermogen van de (micro)WKK. Met dit vermogen wordt volgens de forfaitaire methode het thermisch en het elektrisch omzettingsgetal van de (micro)WKK bepaald volgens tabel 14.17 NEN 7120. De omzettingsgetallen geven aan welk deel van de aangevoerde energie wordt omgezet in warmte en welk deel in elektriciteit.

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 14.6.4.4

Gebouwgebonden warmtekrachtinstallaties en microWKK

 

Afwijkend omzettingsgetal

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Er kan van de forfaitaire waarden van de omzettingsgetallen worden afgeweken door hier afwijkende omzettingsgetallen op te geven voor warmte en elektriciteit. Hiervoor moeten dan wel kwaliteitsverklaringen worden overlegd.

Thermisch

  • Gebouwsimulatie
  • EPG

Opgave van het thermisch omzettingsgetal van de (micro)WKK volgens opgave fabrikant indien een afwijkend omzettingsgetal (kwaliteitsverklaring) wordt opgegeven.

Elektrisch

  • EPG

Opgave van het elektrisch omzettingsgetal van de (micro)WKK volgens opgave fabrikant indien een afwijkend omzettingsgetal (kwaliteitsverklaring) wordt opgegeven.

Hulpenergie verwarming

Bepaling hulpenergie

  • EPG

De hulpenergie van een individueel toestel kan op twee manieren gedetailleerd worden opgegeven

  • Jaarlijkse hulpenergie: in MJ; indien in de kwaliteitsverklaring van een toestel de jaarlijkse hulpenergie is gegeven kan dit hier worden opgegeven.
  • Volgens bijlage C: het hulpenergieverbruik van een toestel wordt bepaald volgens bijlage C van NEN 7120 waarbij een aantal constanten en de nominale volgens de kwaliteitsverklaring worden opgegeven.
Publicaties

NEN 7120, Bijlage C.3

Bepaling elektrisch hulpenergiegebruik voor centrale verwarming met individuele toestellen

 

Hulpenergie

  • EPG

Opgave van de jaarlijkse hulpenergie in MJ volgens de kwaliteitsverklaring van het toestel.

Constante A - C en B nominaal

  • EPG

Constante A

Toestel constanten voor het berekenen van de hulpenergie volgens de kwaliteitsverklaring van het toestel (zie bijlage C NEN 7120).

Constante B

Toestel constanten voor het berekenen van de hulpenergie volgens de kwaliteitsverklaring van het toestel (zie bijlage C NEN 7120).

Constante C

Toestel constanten voor het berekenen van de hulpenergie volgens de kwaliteitsverklaring van het toestel (zie bijlage C NEN 7120).

B nominaal

De nominale belasting van het toestel in kW bovenwaarde volgens de kwaliteitsverklaring van het toestel (zie bijlage C NEN 7120).

Zonneboiler

Zonnecollector

  • EPG

Bij de zonnecollector moet een keuze gemaakt worden welke zonnecollector wordt toegepast in het systeem. Opgave van zonnecollectoren moet plaatsvinden via Hulpmiddelen en Zonnecollector (warmte).

Afhankelijk van hoe de zonnecollector wordt ingezet (Warmte, Tapwater of Warmte & Tapwater) zal het invoerscherm worden aangepast aan de gegevens voor de verschillende systemen.

Rekenmethode

  • EPG

Opgave van de rekenmethode voor het bepalen van de zonbijdrage van zonne-energiesystemen voor warm tapwater. Deze methode kan alleen worden opgegeven indien een zonneboiler (warm tapwater) is opgegeven waarbij de oppervlakte van de collector groter is dan 6 m2 en kleiner dan of gelijk is aan 10 m2. Bij zonneboilers (warm tapwater) met een collectoroppervlakte kleiner of gelijk aan 6 m2 wordt standaard gerekend volgens rekenmethode a. Bij zonneboilers (warm tapwater) met een collectoroppervlakte van meer dan 10 m2 of bij zonne-energiesystemen (verwarming) of zonnecombisystemen (verwarming en warm tapwater) wordt standaard gerekend volgens rekenmethode b (zie par. 19.6.3 NEN 7120).

  • Eenvoudig (methode a): De zonbijdrage van de zonneboiler aan warm tapwater wordt bepaald volgens par 19.6.3 NEN 7120;
  • Uitgebreid (methode b)
    De zonbijdrage van de zonneboiler aan warm tapwater wordt bepaald volgens bijlage I NEN 7120.
Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.6.3

Bijdrage zonneboilersysteem

NEN 7120, bijlage I

Rekenregels bepaling bijdrage actieve thermische duurzame energie aan warm tapwater en ruimteverwarming

Bijdrage zonneboilersysteem

 

Type

  • EPG

Opgave van het type zonneboiler zoals deze wordt toegepast voor een warmtapwatersysteem. Het type zonneboiler is allleen op te geven indien de zonneboiler alleen wordt ingezet voor warm tapwater; voor het systeem moet dan ‘Tapwater’ zijn opgegeven.

  • Voorverwarmer zonneboiler met naverwarmingstoestel: De zonneboiler is een voorverwarmer zonneboiler met een voorraadvat voor de warmteopslag, waarbij het warme water uit het voorraadvat tijdens het tappen wordt naverwarmd door een (combi)ketel. Bij de opwekkingsconfiguratie moet naast de zonneboiler ook een (combi)ketel als opwekker worden opgegeven.
  • Geïntegreerde naverwarmer op gas: De zonneboiler wordt met behulp van een warmtewisselaar in het voorraadvat verwarmd door een (combi)ketel. Er wordt tijdens het tappen rechtstreeks uit het voorraadvat getapt. Bij de opwekkingsconfiguratie moet naast de zonneboiler ook een (combi)ketel als opwekker worden opgegeven.
  • Geïntegreerde naverwarmer op elektriciteit: De zonneboiler heeft een geintegreerde elektrische naverwarming in het voorraadvat. Er wordt hierbij rechtstreeks uit het voorraadvat getapt. Bij de opwekkingsconfiguratie hoeft voor warm tapwater geen extra opwekker te worden opgegeven.
Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.6.1

Warmtebijdrage duurzaam energiesysteem aan warmtapwaterbereiding – principe

 

Bedrijfswijze naverwarming

  • EPG

Opgave van het type regeling van de naverwarming van het zonne-energiesysteem. Het type regeling wordt gebruikt bij de bepaling van een correctiefactor voor de capaciteit van het opslagvat van het zonne-energiesysteem en wordt alleen gebruikt bij rekenmethode b en indien gekozen is voor een zonne-energiesysteem met geïntegreerde elektrische naverwarming. Zie hiervoor tabel I.5 NEN 7120.

Publicaties

 

Zonnekeur

  • EPG

Indien het zonne-energiesysteem voldoet aan voorwaarden die worden gesteld aan het Zonnekeur-label kan dit hier worden aangegeven. Dit is van invloed op de forfaitaire bepaling van de jaarlijkse zonbijdrage bij bepalingsmethode a (zie tabellen 19.10 en 19.11 NEN 7120) en bij de forfaitaire bepaling van het rendement, warmteverliescoefficient en hoekafhankelijkheidscoefficient van de zonnecollector bij bepalingsmethode b (zie tabellen I.2 en I.3 NEN 7120).

Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.6.3.2

Bijdrage zonnesysteem – Rekenwaarden

 

Jaarlijkse zonbijdrage

  • EPG

De jaarlijkse zonbijdrage welke wordt gebruikt bij bepalingsmethode a kan forfaitair worden bepaald volgens de tabellen 19.10 en 19.11 NEN 7120, maar kan ook gedetailleerd worden opgegeven. Hiervoor moet dan wel een kwaliteitsverklaring worden overlegd.

  • Forfaitair: De jaarlijkse zonbijdrage wordt bepaald in de tabellen 19.10 en 19.11 NEN 7120.
  • Gedetaillleerd: De jaarlijke zonbijdrage wordt opgegeven als ‘Energieafgifte bij uitgang zonne-energie’ in MJ/jaar. Deze waarde volgt uit een kwaliteitsverklaring en moet bij de berekening worden overlegd.

Leidingen geïsoleerd

  • EPG

Voor het bepalen van de verliezen van de leidingen in het collectorcircuit kan hier worden aangegeven of de leidingen zijn geisoleerd of niet. De invoer betreffende de isolatie van leidingen zijn alleen van toepassing bij rekenmethode b. Zie tabel I.4 NEN 7120.

Hulpenergie (zonne-energiesysteem)

Rekenmethode

  • EPG

De hulpenergie van een zonne-energiesysteem kan forfaitair worden bepaald, maar kan ook gedetailleerd worden opgegeven. Voor de gedetailleerde methode moet een kwaliteitsverklaring worden overlegd.

  • Forfaitair: De hulpenergie wordt forfaitair bepaald volgens par 19.8.4 NEN 7120;
  • Gedetaillleerd: De hulpenergie wordt ingevoerd volgens een kwaliteitsverklaring welke aan de berekening moet worden toegevoegd.
Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.8.4

Hulpenergie zonne-energiesysteem

Collectorpomp aanwezig

  • EPG

Voor de collectorpomp en de collectorpompregeling wordt hulpenergie in rekening gebracht indien een collectorpomp aanwezig is. Dit kan hier worden aangegeven.

Rekenwaarden

  • EPG

Bij opgave van de aanwezigheid van een collectorpomp en de forfaitaire rekenmethode voor de bepaling van de hulpenergie kan hier worden aangegeven of de rekenwaarden van de collectorpomp forfaitair moeten worden bepaald of volgens eigen opgave.

  • Forfaitair: Het vermogen van de collectorpomp wordt forfaitair bepaald volgens par. 19.8.4.3 NEN 7120;
  • Eigen waarden: Het vermogen van de collectorpomp en van de collectorpompregeling is bekend en kan hier worden opgegeven in W.
Publicaties

NEN 7120, paragraaf 19.8.4.3

Hulpenergie zonne-energiesysteem – rekenwaarden

Vermogen van de pomp

  • EPG

Het vermogen van de collectorpomp kan hier worden opgegeven in W. Dit kan alleen worden opgegeven indien bij de Rekenmethode is gekozen voor ‘Forfaitair’ en er is opgegeven dat er een collectorpomp aanwezig is waarbij de rekenwaarden volgens eigen invoer wordt opgegeven.

Vermogen collectorpompregeling

  • EPG

Het vermogen van de collectorpompregeling kan hier worden opgegeven in W. Dit kan alleen worden opgegeven indien bij de Rekenmethode is gekozen voor ‘Forfaitair’ en er is opgegeven dat er een collectorpomp aanwezig is waarbij de rekenwaarden volgens eigen invoer wordt opgegeven.

Hulpenergie collectorpomp en regeling

De jaarlijkse hulpenergie voor de collectorpomp en de collectorpompregeling kan hier volgens een kwaliteitsverklaring worden opgegeven in MJ/jaar. De hulpenergie kan alleen worden opgegeven indien bij de Rekenmethode is gekozen voor ‘Gedetailleerd’ en er is opgegeven dat er een collectorpomp aanwezig is.

Vorstbeveiliging aanwezig

  • EPG

Voor de vorstbeveiliging wordt hulpenergie in rekening gebracht indien deze aanwezig is. Dit kan hier worden aangegeven.

Vermogen vorstbeveiliging

Het vermogen van de vorstbeveiliging kan hier worden opgegeven in W. Dit kan alleen worden opgegeven indien bij de Rekenmethode is gekozen voor ‘Forfaitair’ en er is opgegeven dat er een vorstbeveiliging aanwezig is.

Hulpenergie vorstbeveiliging

  • EPG

De jaarlijkse hulpenergie voor de vorstbeveiliging volgens een kwaliteitsverklaring worden opgegeven in MJ/jaar. De hulpenergie kan alleen worden opgegeven indien bij de Rekenmethode is gekozen voor ‘Gedetailleerd’ en er is opgegeven dat er een vorstbeveiliging aanwezig is.

Warmwatervoorraadvat

Eigen invoer warmteoverdracht

  • EPG

De warmteoverdrachtcoefficient van de warmteopslag wordt standaard forfaitair bepaald, maar kan ook gedetailleerd worden opgegeven door een eigen warmteoverdrachtcoefficient in W/K op te geven. Mede hiermee wordt het warmteverlies van de warmteopslag bepaald. De warmteoverdrachtcoefficient wordt alleen gevraagd indien de rekenmethode uigebreid volgens methode b wordt uitgevoerd.

Locatie

  • EPG

Voor het bepalen van het warmteverlies van het opslagvat is de locatie van het opslagvat van belang.

  • Buiten: Het warmteverlies van het opslagvat wordt bepaald met de buitenlucht als omgevingstemperatuur;
  • Onverwarmde ruimte: Het warmteverlies van het opslagvat wordt bepaald met een omgevingstemperatuur tussen de verwarmde ruimte en de buitenlucht;
  • Verwarmde ruimte: Het warmteverlies van het opslagvat wordt bepaald met een omgevingstemperatuur gelijk aan de verwarmde ruimte.

Volume

  • EPG

Opgave van het totale volume van het opslagvat van het zonne-energiesysteem in dm3. Dit volume wordt gebruikt bij de bepaling van de reductiefactor van de opbrengst van zonnewarmte bij PVT-systemen, maar ook bij de bepaling van een correctiefactor voor de capaciteit van de warmteopslag bij systemen met geïntegreerde naverwarming.

Warmwater voorraadvat

Voor biomassatoestel voor tapwater moet de isolatie van de warmwatervoorraad worden opgegeven:

  • Ongeïsoleerd
  • Minimale dikte van 10 mm
  • Minimale dikte van 20 mm

Terug naar de Hulpmiddelen