Deze pagina is nog in ontwikkeling

EP indicatoren

Met de Vabi EPA worden volgens de NTA8800 drie energieprestatie indicatoren berekend en voor woningen ook een risico op temperatuuroverschrijding.

  • EP1 geeft de berekende energiebehoefte per jaar in kWh/m2 gebruiksoppervlak.
  • EP2 is het berekende primair fossiel energiegebruik per jaar in kWh/m2 gebruiksoppervlak.
  • EP3 is het berekende aandeel hernieuwbare energie in procenten.
  • TOjuli, max is een inschatting van het risico op oververhitting bij woningen.

Na de invoer van de benodigde gegevens zijn deze te zien in het resultatenscherm van het object.

Tijdens het bewerken van een object of een rekenzone kun je direct zien hoe de energieprestatie indicatoren veranderen als je de invoer wijzigt.

In de afbeelding hieronder kun je zie hoe de EP-2 lager wordt als je een kwaliteitsverklaring toepast voor de PV-panelen.

Hernieuwbare energie

Wat wel en niet onder hernieuwbare energie valt is een beleidsmatige keuze. In de NTA 8800 vallen de volgende energiebronnen onder hernieuwbaar: zonne-energie, geothermische energie, bodemenergie, seizoensopslag (warmte en koude, zoals bij WKO), windenergie, energie uit buitenlucht en vaste biomassa. Vaste biomassa wordt, naar analogie aan de afhandeling bij primaire energie, niet altijd volledig als hernieuwbaar beschouwd. Restwarmte en/of restkoude die gebruikt wordt binnen een stadsverwarmings- of stadskoelingsnet, wordt niet gezien als een hernieuwbare energiebron maar kan onder voorwaarden via een kwaliteitsverklaring wel gewaardeerd worden (factor hernieuwbaar).

Warmtepompen

Bij warmtepompen voor ruimteverwarming en tapwater wordt de ingaande warmtestroom in de warmtepomp voor alle warmtepompen met een opwekkingsrendement ηX;gen;gi > 1, met uitzondering van warmtepompen die (gedeeltelijk) op ventilatieretourlucht draaien, als hernieuwbare energie beschouwd.
Bij ventilatieretourluchtwarmtepompen voor ruimteverwarming en tapwater waarbij de wegblaastemperatuur van de warmtepomp lager is dan de buitentemperatuur (diepkoelen), mag dat deel van de bronenergie als hernieuwbare energie beschouwd worden dat ontstaat doordat de temperatuur van de wegblaaslucht na de warmtepomp lager is dan de buitentemperatuur.

Indien er sprake is van ventilatieretourluchtwarmtepompen met COPH;gen;prac;mi;gi ≥ 1 die ‘diepkoelen’ (dat wil zeggen dat de wegblaastemperatuur van de warmtepomp lager is dan de buitentemperatuur), dan is het mogelijk om een deel van de bronenergie als hernieuwbaar te beschouwen. Het gaat hierbij om het deel van de bronenergie dat ontstaat doordat de temperatuur van de wegblaaslucht na de warmtepomp lager is dan de buitentemperatuur. De wijze waarop in die gevallen de waarde voor QH;hp;in moet worden bepaald, is niet verder uitgewerkt in deze NTA. In een gecontroleerde kwaliteitsverklaring kan deze waarde opgegeven worden. Wanneer deze waarde onbekend is, moet gerekend worden met QH;hp;in = 0.

Deze kwaliteitsverklaring kun je invoeren in Vabi EPA nadat wij de koppeling met BCRG gereed hebben.

Koeling
Bij koeling wordt alleen de koude die gehaald wordt uit systemen met een EER ≥ 8 (zoals vrije koeling, WKO, bodemkoeling of oppervlaktewater) als hernieuwbare energie beschouwd.

Vaste biobrandstof
Bij op vaste biobrandstof gestookte toestellen wordt de nuttig bruikbare warmte die door het toestel geleverd wordt aan het gebouw, in principe als hernieuwbare energie beschouwd. Deze hoeveelheid hernieuwbare energie wordt echter nog gecorrigeerd met een factor waardoor:

  • geleverde warmte van systemen die voldoen aan het Activiteitenbesluit, als volledig hernieuwbaar beschouwd wordt;
  • geleverde warmte van systemen die voldoen aan de uitgangspunten uit bijlage R, voor de helft als hernieuwbaar beschouwd wordt;
  • geleverde warmte van systemen die niet voldoen aan de twee bovengenoemde punten, als niet-hernieuwbaar beschouwd wordt.

Publicaties
NTA 8800:2020 + A1:2020
Paragraaf 5.6.1 Principe (Hernieuwbare energie)

Labelklasse

Indeling labelklassen utiliteitsgebouwen

Het energielabel voor utiliteit wordt gebaseerd op de EP2. Daarin zijn eventuele gebiedsmaatregelen (energie maatregelen op gebiedsniveau: EMG) meegenomen. Meestal zijn dit kwaliteitsverklaringen voor externe warmtelevering (stadsverwarming) of koudelevering.

Omdat voor woningbouw het energielabel gekoppeld is aan de huur die corporaties mogen vragen, worden gebiedsmaatregelen niet meegenomen in het energielabel. Het primair fossiel energieverbruik (EP2) wordt nog een keer uitgerekend, maar dan met forfaitaire waarden waar een EMG kwaliteitsverklaring is toegepast. Het energielabel voor woningen wordt gebaseerd op de score voor de EP2 EMG forf. (primair fossiel energieverbruik).

Voor de EP-adviseur met oog voor details. In het Nader Voorschrift werd gerekend met een forfaitaire waarde voor het opwekkingsrendement. In de NTA 8800 wordt het rendement van de verklaring niet overschreven door de forfaitaire waarde, maar de primaire energie factoren.
Voer je een woongebouw in, dan is het energielabel puur indicatief. Een energielabel moet opgesteld worden voor iedere woning apart.
Inijkingsstudie energielabels Utiliteit

Er is een voorstel gedaan voor de nieuwe labelklassen. De labelklassen voor utiliteit zijn afhankelijk van de gebruiksfunctie, omdat het energieverbruik per functie in grote mate verschillend is. Deze zijn in het concept besluit te vinden op pagina 9 en 10. De inijkingsstudie laat zien dan 55% van de gebouwen behoudt hetzelfde label houdt. Van de labels die wel verschuiven verschuift 79% maximaal één label (één labelverslechtering of één labelverbetering). De overige 21% verschuift twee labels of meer (twee labelverslechteringen of twee labelverbeteringen).

 

Inijkingsstudie energielabels Woningbouw
Door middel van een inijkingsstudie is gekeken wat de effecten van verschillende varianten zijn.  Met behulp van deze studie is het advies gekomen om te kiezen voor een indeling waarbij zoveel mogelijk gebouwen dezelfde labelletter behouden.  In de tabel is duidelijk te zien dat de oude en nieuw energielabelklasse zoveel mogelijk hetzelfde gehouden is. Het aantal punten bij het Energielabel volgens het Nader Voorschrift (NV) en volgens de NTA8800 is gelijk. Wel zijn er vier nieuwe labelklassen bijgekomen, A+ tot en met A++++. Dit is gedaan om zeer energiezuinige gebouwen te waarderen in de energielabelletter. Toch gaan er labelverschuivingen ontstaan. Dit komt in grote maten door de gewijzigde indicator (EP-2 i.p.v. Energie-Index) en in minder grote mate door de gewijzigde methodiek (NTA 8800 i.p.v. Nader Voorschrift). Gemiddeld zal 53% van de woningen dezelfde labelletter houden, 38% van de woningen verschuift 1 labelklasse (beter of slechter) en 9% van de woningen verschuift 2 labelklassen of meer. Lees hier meer over de aangepaste labelklassen indeling.

Publicaties
Staatcourant 5-11-2020
wijziging van de Regeling energieprestatie gebouwen en enige andere regelingen

BENG-eisen

Aan nieuwbouw worden eisen gesteld, de BENG-eisen: Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.

  • BENG-1 is de maximale energiebehoefte per jaar in kWh/m2 gebruiksoppervlak.
    In BENG-1 zit zowel de energiebehoefte voor verwarming, als voor koeling. Hierbij wordt gekeken naar de gebouwschil waarin de verhouding glas en dichte gevel van belang is, evenals de mate van isolatie en kierdichting en de aanwezigheid van koudebruggen. Om de energiebehoefte te beperken is niet alleen isolatie van belang, maar ook het samenspel van de genoemde onderdelen, de ligging en de vorm van een gebouw (verhouding verliesoppervlak ten opzicht van gebruiksoppervlak). BENG 1 gaat over al deze facetten.  Het ventilatiesysteem speelt in de NTA8800 geen rol meer in BENG-1 er wordt gerekend met een ‘neutraal’ ventilatiesysteem. De energiebehoefte invullen kan met hernieuwbare of fossiele energie.
  • BENG-2 is het maximale primair fossiel energiegebruik per jaar in kWh/m2 gebruiksoppervlak.
    Dit omvat het energiegebruik voor verwarming, koeling, warmtapwater en ventilatoren. Voor utiliteit telt ook verlichting, bevochting en ontvochtiging (indien aanwezig) mee. Als er PV-panelen, of andere hernieuwbare energiebronnen zijn, dan wordt de daarmee opgewekte energie van het primair fossiel energiegebruik afgetrokken.
  • BENG-3 is het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
    Dit wordt bepaald door de hernieuwbare energie te delen door het totaal van de hernieuwbare energie en primair fossiel energiegebruik.
Publicaties
RvO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
Energieprestatie indicatoren - BENG

BENG-1 correctie geometrie verhouding

De BENG-1 kan gecorrigeerd worden voor de compactheid van het gebouw, dat is de verhouding van het verliesoppervlak van het object (Als) en het gebruiksoppervlak (Ag). Deze correctie is per gebruiksfunctie weer anders. De software rekent automatisch de juist BENG-1 eis uit, afhankelijk van de Als/Ag verhouding. Deze verhouding vind je daarom ook terug in het resultatenscherm.

Meer over het tot stand komen van de BENG-eisen en de BENG-1 correctie kun je lezen in de Kostenoptimaliteitsstudie onder de publicaties hieronder.

Publicaties
Staatsblad 2019, 501
publicatie staatsblad bijna energie-neutrale nieuwbouw
Kostenoptimaliteitsstudie BENG-eisen
Kostenoptimaliteitsstudie BENG-eisen

.

BENG-1 correctie gebouwmassa

De BENG-1 eis wordt niet alleen gecorrigeerd voor de gebouwvorm (Als/Ag verhouding), maar woongebouwen en eengezinswoningen ook voor de gebouwmassa. In dat geval is de BENG 1 eis minder streng voor een lichtere bouwwijze, de voorgeschreven BENG-1 eis wordt dan met 5 kWh/m2 verhoogd. Deze aangekondigde wijziging van het bouwbesluit 2012 is na te slaan bij de publicaties hieronder.

Alleen woongebouwen en andere woonfunctie (in Vabi EPA: eengezinswoning) krijgen mogelijk deze correctie voor lichtere bouwwijze:

BENG-1 correctie voor grondgebonden woningen met een lichte bouwwijze

Wanneer wordt de correctie voor een lichtere bouwwijze toegepast? Bij een gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/m2K of minder. Klik op de afbeelding om te zien welke invoer van gebouwmassa een BENG-1 correctie krijgt en welke niet:

BENG-1 correctie voor lichte gebouwen

Publicaties
Staatsblad - wijziging Bouwbesluit 2012
Artikel 5.2 Bijna energieneutraal - lid 5

TOjuli max

Naast de BENG-eisen is het ook nodig om bij ontwerp aandacht te hebben voor oververhitting van woningen, daarom is er een indicator TOjuli die het risico op oververhitting weergeeft. Deze indicator heeft alleen voor nieuwbouw woningen een grenswaarde.

De TOjuli is een indicatiegetal waarmee per oriëntatie het risico op temperatuuroverschrijding wordt bepaald. De TOjuli die je in het resultatenscherm ziet, is de maximale waarde van de berekende oriëntaties. Via de resultaten csv-export

Woningen met actieve koeling voldoen automatisch aan de TOjuli-eis.

De TOjuli indicator is alleen een nieuwbouweis voor woningbouw. De berekende waarde wordt echter ook getoond voor oplevering nieuwbouw en bestaande bouw, zowel woningbouw als utiliteit, zodat je ook dan het risico op oververhitting mee kunt nemen in het doorrekenen van varianten.

Als een bepaalde oriëntatie niet meer dan 3 m2 bedraagt, dan wordt deze oriëntatie achterwege gelaten in de TOjuli, max. Dit om te voorkomen dat bijvoorbeeld een enkele zijwang van een dakkapel bepalend is voor de hele woning.

GTO berekening

De TOjuli, max is een inschatting van het risico op oververhitting. Een simulatie berekening met Elements gebouwsimulatie kan dit risico specifieker berekenen. Als TOjuli, max de grenswaarde van 1,20 overstijgt, dan mag met gebouwsimulatie een GTO berekening worden gemaakt om aan te tonen dat het risico acceptabel is. De grenswaarde voor de GTO, conform vastgestelde uitgangspunten voor de berekening, is gesteld op 450 uur. Deze uitgangspunten van het bouwbesluit moeten daarbij gevolgd worden. Lees hier hoe je dit in Elements kunt invoeren.

De Standaard

Standaard voor woningisolatie

  • EPA-W

Begin 2021 heeft Demissionair Minister Ollongren een nieuw sturingsmiddel voor verduurzaming van woningen geïntroduceerd: de Standaardwaarden. Dit is één van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Lees meer over de Standaardwaarden als sturingsmiddel. Daarmee kan de berekende warmtevraag getoetst worden aan de Standaard voor woning, zodat je kunt zie of de woning toekomstbestendig geïsoleerd is, of gaat worden. Deze Standaard geldt voor bestaande bouw, maar ter indicatie wordt die ook voor de andere bouwfases getoond.

De Standaard kijkt naar de warmtevraag, het energielabel naar het berekende woning gebonden energieverbruik. Met een ‘groen’ energielabel (label B of beter) voldoe je niet automatisch aan de Standaard.
berekening de Standaard

Lees hier meer over de totstandkoming van de Standaard en streefwaarden.

Streefwaarden

Overgenomen uit de publicatie van Nieman [Rapport standaard en streefwaardes bestaande woningbouw – Referentie warmtevraag bestaande bouw]

Netto Warmtebehoefte (EPV)

  • EPA-W

Woningcorporaties mogen bij nul-op-de-meterwoningen (NOM) een extra bijdrage vragen aan huurders volgens de energieprestatievergoeding (EPV). De netto warmtebehoefte bepaald welke vergoeding de corporatie aan de huurder mag vragen. De netto warmtebehoefte (EPV) vind je daarom terug op het resultatenscherm. Vervolgens kan je met de jaarlijkse vergoedingstabellen van RVO berekenen wat de vergoeding is.

De waarde van de netto warmtebehoefte verschilt van de EP1 waarde omdat voor de netto warmtebehoefte er wordt gerekend met het werkelijk geïnstalleerde ventilatiesysteem (in plaats van de standaard installatie: C1) en er geen rekening wordt gehouden met de koudebehoefte.

Overige

Verder zijn er de volgende resultaten te zien in het resultatenscherm:

Publicaties
RvO.nl
Energieprestatievergoeding (EPV)
Aedes
Nieuwe bepalingsmethode voor energielabels: NTA8800

Gebouwvorm

Om de BENG-1 correctie te kunnen bepalen wordt de gebruiksoppervlakte (Ag), het verliesoppervlakte (Als) en de geometrieverhouding (Als/Ag) getoond.

Totaal energiebehoefte

Totaal energiebehoefte houdt in wat het gebouw nodig heeft aan energie, ongeacht welke installatie toegepast wordt. Deze energiebehoefte is afhankelijk van onder andere de gebouwschil en is bepaald met een vast ventilatiesysteem C1 (NTA 8800 (2020) par. 5.4). Vanuit de ‘Totaal energiebehoefte’ wordt de EP1 bepaald, wat de energiebehoefte per gebruiksoppervlakte is.

Publicaties
NTA 8800:2020 + A1:2020
Paragraaf 5.4: Energiebehoefte van een gebouw bij vast ventilatiesysteem C1

Totaal primair fossiel energieverbuik

Primaire energie is de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke energiegebruik te dekken. Want er gaat altijd een hoeveelheid energie verloren bij de opwekking, het transport, de verdeling enzovoort. Door het energieverbruik van een gebouw om te rekenen naar primaire energie, kun je verschillende energiedragers goed met elkaar vergelijken.

Totaal primair fossiel energieverbruik wordt gebruikt voor EP2. Het kan berekend worden vanuit ‘Totale deelposten (niet primair)’ aan de hand van 2 stappen.

  1. Aangezien het fossiel energieverbruik rekening houdt met de hernieuwbare energie, halen we de ‘Elektriciteitsopwekking’ van de ‘Totale deelposten (niet primair)’ af. Noem dit resultaat het ‘Totaal niet primair fossiel energieverbruik’.
  2. Vervolgens wordt ‘Totaal niet primair fossiel energieverbruik’ primair door de primaire energiefactor toe te passen (NTA8800 (2020) tabel 5.2). Voor een volledig elektrisch gebouw is dit 1.45, waardoor ‘Totaal primair fossiel energieverbruik’ = ‘Totaal niet primair fossiel energieverbruik’ * 1.45. Voor aardgas of stookolie is deze factor 1.

Eerste deel van tabel 5.2: getalswaarden voor de primaire energiefactor voor elektriciteit, aardgas en stookolie (NTA8800 (2020) tabel 5.2)

Publicaties
http://NTA 8800:2020 + A1:2020
Tabel 5.2: Getalswaarden voor de primaire energiefactor

Totaal hernieuwbare energie

De totale hernieuwbare energie is primair. Het vertelt wat het je oplevert om hernieuwbare energiebronnen te gebruiken. Het bevat de nuttig gebruikte hernieuwbare energie voor verwarming, warm tapwater, koeling (bijvoorbeeld warmtepompen) en de gebouwgebonden hernieuwbare energie uit zonne-energie en wind (NTA8800 (2020) par. 5.6.2).

Publicaties
NTA 8800:2020 + A1:2020
Paragraaf 5.6.2: Rekenregels hernieuwbare energie

Totale deelposten (niet primair)

In de totale deelposten (niet primair) zijn de rendementen van de opwekkers reeds meegenomen.  Om de resultaten om te rekenen naar een energieverbruik op de meter, kunnen de volgende omrekenfactoren gebruikt worden:

energiedrager omrekenen
aardgas 1 kWh niet primair aardgas =
(1 * 3,6 (van kWh naar MJ) / 35,17 (bovenwaarde)) m³ aardgas inkopen
elektriciteit 1 kWh niet primair elektriciteit =
1 kWh elektriciteit inkopen
warmte 1 kWh niet primaire warmtelevering =
(1 * 3,6 (van kWh naar MJ / 1000 (van MJ naar GJ)) GJ warmte inkopen

 

CO2 uitstoot

De CO2 uitstoot is berekend aan de hand van de maandelijks afgenomen primaire fossiele energie.

De CO2-emissiecoëfficiënten voor aardgas, biomassa en stookolie zijn gebaseerd op de ‘Nederlandse lijst van energiedragers en standaard CO2-emissiefactoren’, januari 2018 van RVO, waarbij een correctie plaatsgevonden heeft voor de omrekening van onderwaarde naar bovenwaarde. De CO2-emissiecoëfficiënt voor elektriciteit is gebaseerd op de prognose van NEV voor het jaar 2020. De CO2-emissiecoëfficiënt voor forfaitaire externe warmtelevering is bepaald op basis van rekenregels en kengetallen die opgenomen zijn in de rapportage ‘Duurzaamheid van warmtelevering’ van Harmeling Consulting, mei 2017.

Publicaties
NTA 8800:2020 + A1:2020
tabel 5.3 CO2-emissiecoëfficiënten

Deelpost Koeling

Als er alleen vrije / passieve koeling wordt toegepast, dan wordt er geen energieverbruik (0 kWh) voor de deelpost koeling berekend. Er wordt alleen met hulpenergie gerekend en deze staat onder de deelpost hulpenergie.

NTA 8800 par. 10.5.7.2.1

Voor koeling waarbij de aan de rekenzone j onttrokken energie rechtstreeks aan het oppervlakte water of bodemopslagsysteem wordt overgedragen of ventilatielucht via dauwpuntskoeling wordt gekoeld zonder tussenkomst van een elektrisch of thermisch aangedreven koudeopwekker (vrije koeling) wordt alleen pompenergie toegerekend.

Deelpost Tapwater

Voor de boosterwarmtepomp wordt geen energie onder de deelpost tapwater in rekening gebracht, deze energie wordt geleverd door verwarming en daar in rekening gebracht. Voor de boosterwarmtepomp wordt wel hulpenergie in rekening gebracht voor tapwater, onder de deelpost hulpenergie.

Controleer object

Veel gestelde vragen over meldingen

Geen constructie gekoppeld in '' (Leeg constructiepaneel in de geometrie)

Bevat de geometrie lege constructiepanelen? Deze ontstaan doordat je op Toevoegen klikt en vervolgens op OK, waardoor je een lege constructie opslaat. Lege constructiepanelen in de geometrie zorgt ervoor dat er niet gerekend kan worden, dat het monitorbestand niet aangemaakt kan worden en dus ook dat er niet geregistreerd kan worden. Deze lege constructies zijn in de geometrie te zien als blanco balken van ongeveer 1 centimeter hoog, die van kleur veranderen als je er met je muis overheen gaat. Hieronder staat een voorbeeld van zo’n leeg paneel. Verwijder al de lege panelen/constructies die in de geometrie aanwezig zijn. Tip: soms zijn ze niet goed zichtbaar, loop met de cursor alle bouwdelen langs zodat deze 1 voor 1 donkerblauw oplichten.

Lege deelconstructies (Geen constructie gekoppeld in 'naam bouwdeel')

Bevatten de bouwdelen in de geometrie lege deelconstructies? Net als lege panelen zorgen lege deelconstructies voor problemen met het registreren. Lege deelconstructies worden niet in het paneel van het bouwdeel weergegeven en kunnen daarom makkelijk over het hoofd gezien worden. Als je een extra deelvlak toevoegt aan een bouwdeel, maar deze vervolgens niet invult dan blijf je deze wel behouden. Hieronder staat een voorbeeld van zo’n lege deelconstructie. Door op de min te drukken verwijder je dit lege deelvlak weer. Dit moet voor alle lege deelconstructies gedaan worden.

Rbw-waarde bij vloeren

Is de Rbw-waarde bij vloeren die grenzen aan een kruipruimte ingevuld? Wanneer je als eerste een vloer aan maakt dan kun je hier nog geen gevel opgeven, aangezien die nog niet aangemaakt zijn. Nadat je vervolgens gevels hebt aangemaakt moet je ook weer terug naar de vloer om de Rbw-waarde in te vullen. Dit wordt vaak vergeten. Check daarom of bij alle vloeren die grenzen aan kruipruimtes een gevel is geselecteerd bij “Rbw-waarde wanden kruipruimte”.

Rapportage (excel)

De knop rapportage maakt een Excel-bestand aan met de invoergegevens en de resultaten die van dit object in EPA te zien zijn. Dit Excel-bestand kan vervolgens opgeslagen worden als pdf. Bekijk hier een voorbeeldrapportage in pdf.

Gedetailleerdere uitdraai van invoer en resultaten

Door het klikken op de bovengenoemde rapportage knop, worden er op de achtergrond twee bestanden aangemaakt met gedetailleerdere informatie. Deze twee bestanden zijn de invoer (.csv) en resultaten (.csv), die in een tijdelijke Windows map worden opgeslagen. Deze zijn te vinden door via Windows Verkenner naar %temp% te gaan en dan de map NTA_Rekenresultaten openen.

Hoe je bij deze map kan komen, is ook te zien in het onderstaande filmpje:

GTO berekening

Is de TOjuli max hoger dan de eis van 1,2 en je wilt een GTO berekening met Vabi Elements maken, dan kun je via het menu Rapportages een Objectenrapportage maken.

In Excel is de rapportage te openen en op het laatste tabblad ‘TO juli’ staan de gegevens die uit de NTA 8800 berekening nodig zijn voor de GTO berekening zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit.


Terug naar de Objecten