Volg altijd het opnameprotocol voor de gegevens die ingevuld moeten worden, zie publicaties. De informatie op onze online help is een aanvulling daarop. Als wij van vanuit de rekenregels van de NTA 8800 afwijken van het opnameprotocol, zullen we dit expliciet aangeven. Neem bij twijfel contact met ons op of stel een vraag op het adviesplatform van St. KEGO.

Deze pagina is nog in ontwikkeling
Iedere rekenzone moet een tapwatersysteem toegewezen worden. Als de woning een rekenzone heeft zonder tapwatersysteem, dan staat in ISSO 82.1

wijs die rekenzone dan aan op het tapwatersysteem van de aangrenzende rekenzone van de woning. Als er geen warmtapwatersysteem is in het hele gebouw, moet ‘elektrisch doorstroomtoestel’ worden opgegeven.

Voor utiliteitsbouw staat in ISSO 75.1

wijs aan die zone dan een tapwatersysteem toe dat hoort bij een andere rekenzone in het gebouw. Als er meerdere tapwatersystemen voorkomen, wordt het tapwatersysteem aangewezen dat de grootste gebruiksoppervlakte bedient. Als er geen warmtapwatersysteem is in het hele gebouw, moet ‘elektrisch doorstroomtoestel’ worden opgegeven.

In Vabi kun je dat aangeven met vinkje “gebruik tapwater uit andere rekenzone” zie afbeelding. Als er helemaal geen tapwatersysteem in de rekenzone aanwezig is, vul je zelf ‘elektrisch doorstroomtoestel’ in.

Systeem

Wordt systeem ook gebruikt voor andere rekenzones

Wordt voor de installatie gebruik gemaakt van bijvoorbeeld een gemeenschappelijk/ collectief systeem, bij een woning in een appartementencomplex (of een onder gebouwtype m.u.v. appartementencomplex) zet dan een vinkje bij de optie ‘Wordt systeem ook gebruikt voor andere rekenzones’.

Hierdoor geef je aan dat hetzelfde systeem ook in andere rekenzones of objecten gebruikt wordt. Er wordt dan gerekend naar rato waardoor je het totaal gebruiksoppervlakte moet opgeven en het aantal bouwlagen collectief.

Voor een gemeenschappelijk/ collectieve installatie, waarbij wordt gerekend voor het gehele appartementencomplex (omgevingsvergunning),  wordt de optie ‘Wordt systeem ook gebruikt voor andere rekenzones en/of objecten’ niet aangevinkt.

Aantal bouwlagen collectief

Hier geef je het aantal bouwlagen op, dat is aangesloten op de (collectieve) tapwaterinstallatie. Dus ook bouwlagen die eventueel buiten de rekenzone, of in een ander object liggen.

Opwekkers

Opstelplaats

Bij de opstelplaat geef je aan of de opwekker van het direct of indirect verwarmde binnen of buiten de thermische zone liggen. Voor het vaststellen van de thermische zone volg opnameprotocol 7.1 (W) resp. 7.4 (U) zie publicaties hieronder. Als de opstelplaats onbekend is, dan rekent de software deze door als buiten de thermische zone.

Er bestaat soms onduidelijkheid waarom Vabi om de opstelplaats van de  binnen de thermische schil vraagt. De makers van de NTA 8800 maken onderscheid in rendement bij de opwekkers die binnen of buiten de begrenzing van de energieprestatieberekening staan. Zie tabel 13.28 in de NTA 8800, hieronder genoemd in de publicaties.

De delen van het gebouw die worden meegenomen binnen de begrenzing van de energieprestatieberekening, worden samen de ’thermische zone’ genoemd.

Publicaties
ISSO 75.1 paragraaf 7.4
Bepaal de thermische zone en aangrenzende ruimten (Stap 3) Utiliteit
ISSO 75.1 paragraaf 13.3.3.3
Indirect verwarmde voorraadvaten Utiliteit
ISSO 72.1 paragraaf 13.3.4.1
Gasboilers (direct met gas verwarmd vat) Utiliteit
ISSO 82.1 paragraaf 7.1
Bepaal de thermische zone (stap 1a) Woningbouw
ISSO 82.1 paragraaf 13.3.3.1
Direct verwarmde voorraadvaten Woningbouw
ISSO 82.1 paragraaf 13.3.3.3
Indirect verwarmde voorraadvaten Woningbouw
NTA 8800 +A1:2020 tabel 13.28
Opwekkingsrendement van warmteopwekkers voor indirecte verwarming van warm tapwater van met gas of met olie gestookte ketels

Open verbrandingstoestel

Voor open verbrandingstoestellen wordt in de NTA 8800 berekend hoeveel extra verse lucht hier voor nodig. Om de tijdgemiddelde verbrandingsluchttoevoercapaciteit te berekenen moet je aangeven of er een open verbrandingstoestel toestel is.

Als een open verbrandingstoestel niet gebruikt wordt voor warm tapwater zoals beschreven in opnameprotocol (ISSO 75.1 respectievelijk 82.1) hoofdstuk 13, dan wordt die niet meegenomen in de berekening en hoef je deze niet op te geven.

Als niet vastgesteld kan worden welk type verbrandingstoestel is toegepast, dan moet de volgende richtlijn worden gevolgd:

  • een VR- of HR-ketel wordt gerekend als een gesloten toestel;
  • een CR-ketel wordt gerekend als een open toestel en zet je het vinkje in de software aan;
  • grote installaties worden niet als een open toestel aangemerkt.

Nominale belasting

Om de tijdgemiddelde verbrandingsluchttoevoercapaciteit te berekenen moet je opgeven wat de nominale belasting is, opgegeven door de fabrikant, in kW. Indien het vermogen van het verbrandingstoestel niet kan worden vastgesteld, dan kun je 0 invoeren. De software rekent dan met de minimale nominale belasting uit tabel 11.12 op, zie afbeelding, even zo als het opgegeven vermogen lager is dan de minimale waarde.

  • Bij een individuele conventionele ketel kies je de rekenwaarde overeenkomstig ‘Cv-ketels’, ‘Aardgas’ (30 kW).
  • Bij een geiser en badgeiser: rekenwaarde overeenkomstig ‘Badgeisers’, ‘Aardgas’ (35 kW).

Tabel 11.12 Rekenwaarde specifieke verbrandingsluchttoevoercapaciteit voor verbrandingstoestellen (NTA 8800:2020 +A1:2020)

Publicaties
NTA 8800:2020 + A1:2020
tabel 11.12 Rekenwaarde specifieke verbrandingsluchttoevoercapaciteit voor verbrandingstoestellen
ISSO 75.1 hoofdstuk 13
Warm tapwater utiliteit
ISSO 82.1 hoofdstuk 13
Warm tapwater woningbouw

Boosterwarmtepomp

Boosterwarmtepompen (BWP) zijn individuele warm tapwater warmtepompen met een hoge temperatuur warmtebron, die een watertemperatuur van boven 12 °C kennen.

In gebouwen met een collectief verwarmingssysteem kan voor de bereiding van warm tapwater een boosterwarmtepomp worden toegepast, waarbij:

  • Alleen warmte van het collectieve verwarmingssysteem als warmtebron voor de BWP fungeert;
  • Warmte van het collectieve verwarmingssysteem, in combinatie met warmte onttrokken aan het gebouw, als warmtebron voor de BWP fungeert. Wanneer de warmte wordt onttrokken aan het gebouw, dan komt deze van het afgiftesysteem voor ruimtekoeling.
Boosterwarmtepompen die ook gekoppeld zijn aan het collectieve koelsysteem, kunnen alleen doorgerekend worden als daar een kwaliteitsverkalring voor beschikbaar is. Deze rekenregels uit de NTA 8800 zijn nog niet verwerkt in Vabi EPA en daarom kun je nog niet kiezen voor een boosterwarmtepomp die gekoppeld is aan het distributiesysteem ruimteverwarming en -koeling.

De aanvoertemperatuur wordt door de software automatisch overgenomen van de opgegeven wateraanvoertemperatuur bij distributie van het verwarmingssysteem. Deze hoef je dus niet apart op te geven in de software.

Conform de NTA 8800 wordt met klasse 4 (CW-4/5/6) gerekend bij toepassing van een boosterwarmtepomp, daarom hoef je ook de CW-klasse niet op te geven.

NTA 8800 par. 13.8.4.4 Boosterwarmtepompen

Een boosterwarmtepomp is een individuele warmtapwaterwarmtepomp met een hogetemperatuurwarmtebron, met een watertemperatuur boven 12°C.

De boosterwarmtepomp kan worden toegepast in woningen en gebouwen met een (collectief) verwarmingssysteem waarbij de warmte van een (collectief) verwarmingssysteem, al dan niet aangevuld met warmte onttrokken aan de woning of het gebouw, fungeert als hogetemperatuurwarmtebron.

Wanneer gebruik wordt gemaakt van de forfaitaire rekenwaarden, kan geen rekening worden gehouden met koeling (onttrekking van warmte uit het koelsysteem in de woning of het gebouw) door de boosterwarmtepomp.

Een boosterwarmtepomp in een woongebouw wordt meestal toegepast in combinatie met een circulatiesysteem met cv-water dat wordt ingezet voor warm tapwater. Dit kan een systeem op basis van externe warmtelevering (warmtelevering derden) zijn of een collectief gebouwsysteem voor de functie verwarming. Circulatieleidingen na een eventuele afleverset moeten worden meegenomen als separaat circulatiesysteem.

Om dubbeltelling te voorkomen, wordt de hernieuwbare energie van een boosterwarmtepomp op 0 kWh gesteld, deze wordt berekend bij het verwarmingssysteem die de warmte aan de boosterwarmtepomp levert.

Omdat de energie voor tapwaterbereiding aan het verwarmingssysteem (en evt. het koelsysteem) wordt onttrokken, zie je bij toepassing van een boosterwarmtepomp dat het verbruik voor tapwater 0 kWh is. Het verbruik van de boosterwarmtepomp valt onder hulpenergie. Bij de gedetailleerde rekenresultaten is de hulpenergie van verwarming, koeling en tapwater uitgesplitst.

Publicaties
ISSO 75.1 paragraaf 13.3.4.4
Boosterwarmtepompen Utiliteit
ISSO 82.1 paragraaf 13.3.4.4
Boosterwarmtepompen Woningbouw

Heet- of kokendwatertoestel

Heet- of kokend waterkraan met elektrisch verwarmd vat

Als je een heet- of kokend waterkraan in de keuken hebt, dan kies je die bij een compleet toestel als opwekker. Je kunt vervolgens het (elektrisch verwarmde) voorraadvat opgeven. Je hoeft geen elektrische boiler als tweede toestel op te geven.

Als je een direct of indirect verwarmd vat hebt, dan kun je een heet- of kokend waterkraan aanvinken.

Heet- of kokend waterkraan in combinatie met een direct of indirect verwarmd vat

Direct verwarmd vat (Gasboiler)

In aanvulling op het opnameprotocol zijn er drie klassen voor het vermogen gasboiler [kW]: kleiner of gelijk 70 kW, 71 t/m 150 kW en groter dan 150 kW. Voor boilers met een vermogen tot en met 70 kW is namelijk een kwaliteitsverklaring mogelijk op basis van meetgegevens EN 13203. Voor grotere boilers kun je op dit moment nog geen kwaliteitsverklaring invoeren in Vabi EPA. Mocht je een verklaring hebben voor een grotere direct gestookte gasboiler, neem dan contact op met Service & Support.

Publicaties
ISSO 75.1 paragraaf 13.3.4.1
Gasboilers (direct met gas verwarmd vat) Utiliteit
ISSO 82.1 paragraaf 13.3.4.1
Gasboilers (direct met gas verwarmd vat) Woningbouw

Opstelplaats

Bij de opstelplaat geef je aan of de aanwezige voorraadvaten binnen of buiten de thermische zone liggen, in de rekenregels van de NTA 8800 is het opwekkingsrendement van indirecte verwarming van warm tapwater afhankelijk of deze binnen of buiten “de begrenzing van de enrgieprestatieberekening” staat. Voor het vaststellen van de thermische zone volg opnameprotocol 7.1 (W) resp. 7.4 (U) zie publicaties hieronder en de volgende aanwijzingen.

Indien een voorraadvat in een ruimte staat, die zich niet binnen de thermische zone van het gebouw bevindt, moet gekozen worden voor opstelling buiten de thermische zone. De technische ruimte bij een grote installatie (systemen die een Ag > 500 m² bedienen) ligt per definitie buiten de thermische zone. 

Kwaliteitsverklaring

Bij kwaliteitsverklaring kan je de gegevens van de kwaliteitsverklaring invullen. De bruto warmtapwaterbehoefte kan hierbij helpen om het rendement te bepalen. Wat de bruto warmtapwaterbehoefte is, wordt in de rekenzone bij Installatie Tapwater weergegeven zodra het object doorrekent en er resultaten zijn. Daardoor kan het handig zijn om het project eerst eenmaal door te laten rekenen en daarna de specifieke gegevens van deze kwaliteitsverklaring in te vullen.

Heb je een kwaliteitsverklaring voor een warmtepomp met een indirect verwarmd vat? Vul deze in als compleet toestel. Omdat de testopstelling van de verklaring de opwekker in combinatie met het indirect verwarmde vat omvat, past het gezamenlijk rendement in de rekenregels van de NTA 8800 als een compleet toestel.
De bruto warmtapwaterbehoefte wordt niet bij Tapwater in het hoofdstuk Installaties laten zien, alleen bij Tapwater in de rekenzone waar de installatie gekoppeld is. 

Voorraadvaten

Aantal voorraadvaten

Hier kun je tot maximaal 4 verschillende typen voorraadvaten kiezen. ‘Geen’ (voorraadvat) kun je alleen kiezen als het voorraadvat al bij de zonneboiler ingevuld is.

Aantal

Heb je meerdere identieke voorraadvaten, bijvoorbeeld iedere pantry, of iedere schoonmaakkast, heeft dezelfde boilers, dan kun hier het aantal opgeven.

Volume voorraadvat

Voor een (in)direct verwarmd vat dient het volume van de voorraadvaten te worden ingevuld.

Geef voor een individuele installatie het volume op van het voorraadvat.

Voor een gemeenschappelijk/ collectieve installatie, waarbij wordt gerekend voor een woning in een appartementencomplex (of een onder gebouwtype m.u.v. appartementencomplex), geef dan het totale volume van de voorraadvaten van het gehele systeem op. In combinatie met het vinkje ‘Wordt systeem ook gebruikt voor andere rekenzones en/of objecten’ (zoals bovenaan deze pagina is besproken) wordt het volume dan naar rato berekend.

Voor een gemeenschappelijk/ collectieve installatie, waarbij wordt gerekend voor het gehele appartementencomplex (omgevingsvergunning),  geef dan ook het totale volume van de voorraadvaten van het gehele systeem op. De optie ‘Wordt systeem ook gebruikt voor andere rekenzones en/of objecten’ (zoals bovenaan deze pagina is besproken) wordt dan niet aangevinkt.

Publicaties
ISSO 75.1 paragraaf 7.4
Bepaal de thermische zone en aangrenzende ruimten (Stap 3) Utiliteit
ISSO 75.1 paragraaf 13.3.2.1
Opstelling voorraadvaten Utiliteit
ISSO 82.1 paragraaf 7.1
Bepaal de thermische zone (stap 1a) Woningbouw
ISSO 82.1 paragraaf 13.3.2.1
Opstelling voorraadvaten Woningbouw

DWTW

Deze paragraaf is nog in ontwikkeling

Aansluitwijze DWTW: Tabel 13.8 van de NTA8800 toont de correctiefactoren voor het thermische rendement.

NTA8800: “De drie manieren waarop de individuele DWTW-unit kan worden aangesloten in combinatie met een individueel opwekkingstoestel, zijn geschetst in figuur 13.1. Bij combinatie met een circulatiesysteem
warm tapwater wordt alleen het systeem van figuur 13.1 b) toegepast. In sportcomplexen kunnen
afwijkende systemen worden toegepast met parallel geschakelde warmtewisselaars.”

Publicaties
ISSO 75.1 paragraaf 13.6
Warmteterugwinning uit douchewater Utiliteit
ISSO 82.1 paragraaf 13.6
Warmteterugwinning uit douchewater Woningbouw

Distributie

Volg altijd het opnameprotocol voor de gegevens die ingevuld moeten worden, zie publicaties. De informatie op onze online help is een aanvulling daarop. Als wij van vanuit de rekenregels van de NTA 8800 afwijken van het opnameprotocol, zullen we dit expliciet aangeven. Neem bij twijfel contact met ons op of stel een vraag op het adviesplatform van St. KEGO.

Publicaties
ISSO 75.1 paragraaf 13.4
Distributie Utiliteit
ISSO 82.1 paragraaf 13.4
Distributie Woningbouw

Circulatieleiding

Voor een gemeenschappelijk/collectieve installatie en dus ook bij circulatieleiding, vul je de gegevens in van het gehele systeem. Op basis van m2 rekent de software dit terug naar het niveau van de rekenzone. Uitzondering daarop is de afleverset bij tapwater, zie betreffende paragraaf hieronder.

Type circulatie

Op dit moment kun je alleen nog tapwater circulatie opgeven. Als de circulatieleiding met een afleverset gekoppeld is aan de CV-leiding, kun je dat nog niet opgeven en kies je dus ook voor tapwater circulatie.

Een circulatieleiding aangesloten op verwarmingssysteem kun je op dit moment nog niet invullen in Vabi EPA. Dat is omdat het opnameprotocol niet altijd goed aansluit op de NTA8800 en dat is vaak een hele puzzel. Om deze techniek goed te waarderen volgens de NTA8800 is naar ons idee ook nog andere invoer bij de opwekker nodig. Om deze reden is het op dit moment niet mogelijk om dit systeem netjes in de huidige applicatie in te vullen.

Wij snappen dat dit onhandig is, en werken aan een oplossing om dit in een aankomende update wel goed te kunnen invoeren. Al dan niet met net wat andere invoer dan in het protocol staat. We kunnen hier helaas geen datum voor beloven, maar het staat wel hoog op de prioriteringslijst. Tot dat moment is volgens ons de beste manier van invullen door de circulatie/distributie systemen separaat bij verwarming/tapwater in te vullen:

Als het systeem alleen voor verwarming is:
Vul geen circulatiesysteem bij tapwater in. Vul de gemeenschappelijke distributie gegevens bij verwarming in.

Als het systeem alleen voor tapwater is:
Tapwater: vul het circulatiesysteem bij tapwater in. Vul bij verwarming de distributiegegevens van de individuele installatie in.

Als het systeem voor verwarming en tapwater is:
Vul het circulatiesysteem bij zowel verwarming en tapwater in. Je geeft bij tapwater het type circulatie op als “tapwater circulatie”.

Mocht je willen sparren over de beste invoer, dan ontvangen we graag het *.epa projectbestand en de relevante projectgegevens.

Afleverset aanwezig

Vink aan als er afleverset(s) in het object gebruikt worden. Is er 1 afleverset binnen het object, of 1 per woning indien er een BENG-berekening (omgevingsvergunning) van een appartementencomplex gemaakt wordt, dan hoef je verder niets in te vullen.
Bij Utiliteit (bijvoorbeeld logies, celfunctie e.a.), of als het anders is dan 1 per object, dan zet je het vinkje aan “Zonder individuele afleverset per object” en moet je het aantal afleversets opgeven. Als je dat tweede vinkje niet gebruikt (en het eerste vinkje wel) dan rekent Vabi EPA dus met 1 afleverset voor een woning in een appartementencomplex, en met het aantal opgegeven woonfuncties binnen het appartementencomplex bij berekening van het gehele appartementencomplex, afhankelijk dus van wat je object ‘niveau’ is.

Zonder individuele afleverset per woning

Vink deze aan als het aantal afleversets binnen het object anders dan 1 per object/ per woning is, zodat je het aantal kunt opgeven.

Een voorbeeld wanneer je het aantal afleversets zelf moet opgeven, als er onzelfstandige woningen zijn, die ieder individueel een afleverset hebben. Bijvoorbeeld een studentflat, waarbij er 6 wooneenheden zijn, en iedere wooneenheid heeft 4 onzelfstandige woningen die dus gezamenlijk de voorzieningen hebben. In het gehele appartementencomplex zijn dus 6 x 4 = 24 onzelfstandige woningen (verhuurbare kamers). Het aantal woonfuncties die je invult voor een BENG berekening van het gehele appartementencomplex zijn de 6 wooneenheden. Maar het aantal afleversets is in totaal 24. Dat geef je dan als volgt op:

Aantal afleversets per object

Maak je echter geen BENG berekening van het hele gebouw, maar een energielabel bij oplevering, dan is je object een enkele wooneenheid, met 4 onzelfstandige woningen met gedeelde voorzieningen. In dat geval Zet je ook beide vinkjes aan en is het aantal afleversets per object 4.

Aantal afleversets

Vul het totaal aantal afleversets in die toegepast zijn binnen het object dat doorgerekend wordt.

Als het totale aantal van het appartementencomplex ingevuld wordt bij de berekening van een enkele woning in een appartementencomplex, dan resulteert dit in een heel hoog tapwater gebruik! Dit komt omdat vanuit de NTA8800 het energieverbruik (in tegenstelling tot warmtemeters bij verwarming/koeling) niet verdeeld wordt naar rato van het gebruiksoppervlakte van het object en het totaal gebruiksoppervlakte systeem [m2].

Lengte circulatieleiding

Vul hier de totale lengte van het distributiesysteem in. Indien deze niet bekend is, vul dan onbekend in. Dan wordt aan de hand van het gebruiksoppervlak forfaitair berekend wat de leidinglengte is. Het is alleen mogelijk om leidinglengtes uit de tekeningen van de installatie af te leiden als het leidingverloop op de tekening overeenkomt met het werkelijke leidingverloop in de rekenzone. Als het leidingverloop afwijkt van de gegevens of niet te controleren is, kies dan de forfaitaire methode voor het bepalen van de leidinglentes.

Maximale lengte circulatieleiding

De maximale leidinglengte van de circulatieleiding van een tapwatersysteem is gedefinieerd als de afstand vanaf de opwekker of het voorraadvat naar de aansluiting op de verst gelegen uittapleiding. Dit is de werkelijke afstand die afgelegd wordt als het leidingverloop gevolgd wordt.

Diameter

Geef hier de uitwendige diameter op van de circulatieleiding (zonder isolatiemateriaal).

Zekere voor grote circulatiesystemen (aangesloten oppervlak groter dan 500 m2) loont het de moeite om deze diameter te achterhalen, indien onbekend dan wordt er met een diameter van 80 mm gerekend, wat van grote invloed is op het berekende energiegebruik.

Isolatiedikte

Er kan aangeven worden dat onbekend is of de leidingen geïsoleerd zijn, of dat de isolatiedikte onbekend is. Er wordt dan gerekend volgens de forfaitaire methoden van de NTA8800, zie tabel 13.4 in paragraaf 13.4.3.3.

Isolatie onbekend is gunstiger dan geen isolatie! Bij onbekend wordt gerekend met een isolatiedikte van 10 mm.
Publicaties
NTA 8800:2020+A1:2020 nl paragraaf 13.4.3.3
Tabel 13.4 Indicatie Ψj-waarden per m koperen leiding in W/m∙K

Vermogen pomp circulatieleiding

Geeft het totale vermogen op van het gehele circulatiesysteem. Alle circulatiepompen in het distributiesysteem moeten worden meegenomen. Als het tapwatersysteem in meerdere rekenzones en/of objecten wordt gebruikt, dan wordt dit oppervlakte gewogen over de rekenzones en/of objecten verdeeld.


Terug naar de Installaties