Bij Constructies maak je alle constructies aan die nodig zijn om de thermische schil van de verschillende objecten binnen het project te kunnen opgeven. Dit is je projectbibliotheek, die nodig is om de geometrie van de objecten in te kunnen voeren. Je kunt het zien als bouwen met lego. Om de geometrie met lego-blokjes op te kunnen bouwen, moet je bij ‘Constructies’ eerst de lego-blokjes met verschillende eigenschappen klaar zetten. Zonder blokjes (constructies) kun je niet bouwen (geometrie).

Afhankelijk van het opnameniveau (basis- of detailopname) kun je kiezen hoe je de constructie eigenschappen wilt opgeven. Volg hierbij het beslisschema van het opnameprotocol bij de publicaties hieronder.

Publicaties

Thermische schil voor bepalen energieprestatie

Alleen constructies van de thermische schil hoeven aangemaakt te worden, tussenwanden en dergelijke vallen buiten de opname. Ook woning- / gebouwscheidende wanden vallen buiten de berekening, net als constructies tussen twee rekenzones.

Een constructie die grenst aan een onverwarmde serre (AOS) valt wel onder de thermische schil en moet dus wel aangemaakt worden.

Aangrenzende onverwarmde serre (AOS)

 

Opmerking: Als de aangrenzende ruimte niet verwarmd of gekoeld wordt voor het verblijf van mensen, maar er is het hele jaar wel continue sprake van een binnentemperatuur van minimaal 15 °C (bijvoorbeeld vanwege een productieproces in die ruimte), dan mag die ruimte ook aangemerkt worden als een aangrenzende verwarmde ruimte. Een en ander moet dan in het projectdossier worden vastgelegd.
Publicaties

Type

De constructie types die je kunt kiezen, sluiten in basis aan op het opnameprotocol: gevel, paneel in kozijn, raam, deur, dak en vloer.

Hellend of plat dak. Er wordt voor de energieprestatie geen onderscheid gemaakt tussen een hellend dak en een plat dak. Sommige adviseurs vinden het prettig om dat onderscheid toch te maken, bijvoorbeeld om achteraf besparingsmogelijkheden door te rekenen, of gewoon voor de herkenbaarheid. Je kunt er voor kiezen of je een constructie voor een hellend dak en plat dak apart aan wilt maken. Als je hier geen onderscheid in wilt maken kun je voor “dak hellend/plat” kiezen. Voor het resultaat is het niet van invloed. Het is alleen ter informatie, om bijvoorbeeld achteraf te kunnen filteren.

Naam

Je kunt kiezen om de constructies zelf een naam te geven, of dat dit automatisch vanuit de software een naam krijgt.

Tip: Geef in de naam de herkenbaarheid van de eigenschappen aan, zodat deze bij de geometrie het onderscheid duidelijk is. De ‘Constructies’ is een projectbibliotheek die in meerdere objecten toegepast kan worden. Ligging en locatie zijn daarom minder geschikt en passen bij naamgeving van de bouwdelen in de geometries. Om een bepaalde onderlinge nuance aan te geven, kan het in bepaalde situaties wel een verduidelijking geven.

Invoer

Er zijn verschillende manieren waarop constructies ingevoerd kunnen worden, dit is niet alleen afhankelijk van het constructietype. Voor een paneel, raam en deur geef je een U-waarde en voor een gevel, dak en vloer een Rc-waarde. Maar het type invoer is ook afhankelijk van de bouwfase en opnameniveau. Alleen bij de fase ‘Aanvraag omgevingsvergunning’ kun je kiezen voor Minimale Eisen Bouwbesluit 2012; de beslisdiagrammen zijn bij een omgevingsvergunning niet beschikbaar.  Voor oplevering nieuwbouw zijn de beslisdiagrammen wel beschikbaar, tabel 8.6 geeft aan dat als er geen gegevens bekend zijn, je terug valt op “Isolatiedikte of als deze niet bekend is bouwjaar (8.2.14)”. Voor detailopname mag de EP detail adviseur de U-waarde en Rc-waarde zelf berekenen op basis van H8 van de NTA 8800. Het is voor transparante constructies mogelijk om de U-waarde gedetailleerd op te geven door voor kozijn en glas een aparte U-waarde op te geven en zelfs met oppervlaktes van beglazing en kozijn en omtrek van beglazing. De verschillende invoer types worden hier allemaal toegelicht. Het actuele opnameprotocol (zie publicaties) is altijd leidend.

Oppervlakte per constructie

Voor constructies binnen een kozijn (ramen, deuren en panelen), is er de mogelijkheid om bij constructies alvast het oppervlak op te geven. Dit is handig als er een kozijnstaat beschikbaar is, of als een gebouw veel repeterende kozijnen heeft.

Bij oppervlak [m2] geef je het oppervlak op wat je anders in de geometrie opgeeft, zie opnameprotocol (zie publicaties). Het actuele opnameprotocol is hierin altijd leidend. In de geometrie hoef je dan alleen het aantal kozijnen binnen het bouwdeel in te vullen.

ISSO opnameprotocol § 8.2.4
Publicaties

Isolatie kruipruimte

Isolatie van de kruipruimte, of bodemisolatie, geef je op bij de geometrie van de rekenzone.

Perimeter

Ook de perimeter geef je op bij de geometrie van de rekenzone.

Kozijn

De energieprestatie kent drie type kozijnen van ramen en panelen: hout of kunststof, metaal thermisch onderbroken en metaal niet thermisch onderbroken.

hout of kunststof kozijn Net als bij een hellend of een plat dak, wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een houten kozijn en kunststof kozijn. Vind je het prettig om dit onderscheid wel te maken, dan is dit mogelijk. Rekenkundig is er geen verschil. Het kan handig zijn voor data-analyse met bijvoorbeeld power b.i. of om informatie te kunnen filteren. Als je geen onderscheid wilt maken, kies je voor ‘hout of kunststof’.

Bouwbesluit

Rc- en U-waarde volgens bouwbesluit

  • Detail

Bij bouwfase: ‘Aanvraag omgevingsvergunning (nieuwbouw)’ mag ook gerekend worden met invoer = Minimale eisen Bouwbesluit 2012. De volgende waarden worden aangehouden:

Gevels en panelen 4.7 m2.K/W
Daken 6.3 m2.K/W
Vloeren 3.7 m2.K/W
Ramen, deuren, kozijnen 1.65 W/m2.K

De eis voor woonwagens is lager, hier wordt niet automatisch rekening mee gehouden in de software. Zie: Bouwbesluit 2012 (deze wordt aangepast per 1 januari 2021)

Wanneer de energieprestatie van een gebouw nodig is voor de aanvraag van een omgevingsvergunning, de EP/D- adviseur ook Rc-waarden mag gebruiken die minimaal overeenkomen met de eisen uit het Bouwbesluit voor de betreffende constructie. De Gemeente (Bouw en Woning Toezicht) kan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wel vragen naar een onderbouwing van de Rc-waarden.
Bij de oplevering van het gebouw moeten de Rc-waarden hoe dan ook worden onderbouwd met een berekening of een verklaring.
Voor nieuw te bouwen gebouwen geldt bovendien dat de kwaliteit van het aanbrengen van de isolatie moet worden vastgelegd in het projectdossier. Hiervoor gelden de eisen die beschreven staan in paragraaf 8.2.14.

H8 NTA8800

Rc- en U-waarde volgens hoofdstuk 8 van de NTA 8800

  • Detail

Wanneer de opbouw van de betreffende constructie bekend is, moet de Rc-waarde/U-waarde worden bepaald aan de hand van hoofdstuk 8 van de NTA 8800. De volledige berekening en onderbouwing dient te worden opgenomen in het projectdossier. De eigenschappen van de verschillende materialen waaruit de constructie is opgebouwd moeten dan ook bekend zijn. Het is daarbij mogelijk om gebruik te maken van specifieke materiaaleigenschappen. Als deze informatie niet beschikbaar is, is het ook toegestaan om gebruik te maken van de in bijlage E van NTA 8800 opgegeven forfaitaire waarde (zie bijvoorbeeld bijlage E tabel E.10 en E.11) voor isolatiematerialen.

Tabel E.10 van bijlage E (NTA 8800) maakt onderscheid tussen nieuwbouw en bestaande bouw. De kolom ‘nieuwbouw’ in tabel E.10 heeft betrekking op vergunningsplichtige bouw. Dat wil zeggen dat het isolatiemateriaal tijdens de bouw van het gebouw is aangebracht. De waarden uit de kolom ‘nieuwbouw’ mogen ook gehanteerd worden als een gebouw volledig wordt gerenoveerd, waarbij de constructies, voorzien van isolatie, opnieuw worden opgebouwd.

In de kolom ‘nieuwbouw’ wordt bij de verschillende isolatiematerialen een bepaalde reikwijdte aangegeven. Als de gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt niet bekend is, moet worden uitgegaan van de gemiddeld opgegeven gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt van het betreffende materiaal.
Voor alle andere situaties wordt -in het geval de constructie-opbouw bekend is, maar niet bekend is welk merk isolatie is toegepast- bij de berekening voor het isolatiemateriaal uitgegaan van de in kolom ‘Bestaande bouw’ gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt (zie tabel E.10 bijlage E van de NTA 8800).

ISSO Rekentool
Voor het berekenen van de Rc-waarde kan de ISSO rekentool als handig hulpmiddel gebruikt worden. Je kunt de ISSO rekentool vinden via de knop in Vabi EPA, zie afbeelding. Je hebt hiervoor een account nodig van ISSO Open of een ISSO KennisID-profiel.

Ramen, deuren en panelen U-waarde
Archief: U-waarde panelen en ramen in bètaversie 0.8800.4
Publicaties

Lineaire thermische bruggen

  • Detail

Lineaire thermische bruggen worden in de rekenzone opgegeven, bij geometrie.

U-kozijn, U-glas en PSI-glas

  • Detail

U-kozijn, U-glas en PSI glas

De detailadviseur heeft de mogelijkheid om niet alleen een gecombineerde U-waarde op te geven, maar deze gedetailleerder in te voeren als die informatie voor handen is. Als je bij ramen kiest voor invoer U-kozijn, U-glas en PSI-glas, dan kun je deze gegevens apart opgeven. Dit sluit aan bij methode B uit de NTA 8800,  er wordt dan forfaitair gerekend met een kozijnpercentage (Ffr;wi) van 0.25. Dit houdt in dat voor een raamafmeting van 1 m x 1 m in de muur, dat er met 0.25 m² kozijn en 0.75 m² raam gerekend wordt. Methode A uit de NTA 8800 is beschreven in de volgende paragraaf ‘U kozijn, U glas, PSI glas, omtrek beglazing, A raam, A kozijn’.

U-kozijn, U-glas en PSI-glas in bèta versie 0.8800 (2020)

U kozijn, U glas, PSI glas, omtrek beglazing, A raam, A kozijn

  • Detail

U-waarde, omtrek en oppervlakte

Als je bij de projectgegevens heb aangegeven dat je de U-waarde van ramen met omtrek en oppervlakte wilt opgeven, dan kun je nog meer details opgeven, bijvoorbeeld omdat de kozijnfractie sterk afwijkt van de forfaitaire waarde (0.25, methode B in NTA 8800 (2020) par. 7.6.6.2).

Voor alle ramen binnen het object moet dezelfde keuze worden gemaakt. Daarom geef je die keuze op bij de projectinstellingen.
U-kozijn, U-glas en PSI-glas in bèta versie 0.8800 (2020)

Kwaliteitsverklaring

Invoermethode BCRG

Voor bouwkundige constructies is het mogelijk om kwaliteitsverklaringen op te halen bij de databank BCRG, zet dan de invoermethode op BCRG. Je kunt in het zoekvenster  beginnen te typen met de productnaam, de fabrikant of leverancier of de BCRG code, de lijst met zoekresultaten wordt steeds korter. Kies de betreffende verklaring uit de lijst en vul aanvullende vragen in die nodig zijn om de Rc resp. de U- en g-waarde op te halen. De opgehaalde gegevens worden vastgelegd in het epa-bestand, deze worden niet automatisch opnieuw opgehaald, zo blijven de oorspronkelijke waarden bewaard, mocht op een later moment de waarden aangepast worden, of ingetrokken, en blijven voor een audit de oorspronkelijke rekenwaarden beschikbaar. Als het nodig is om de gegevens opnieuw op te halen, zoek dan de verklaring opnieuw op door eerst het zoekvenster helemaal leeg te maken (ctrl+a en delete).

Klik tot slot op de knop PDF bekijken, de pdf wordt dan getoond in internet browser zodat je deze kunt downloaden en opslaan in het projectdossier.

Invoermethode Handmatig

Als er een kwaliteitsverklaring uit de databank van BCRG beschikbaar is, dan moet deze toegepast worden. Ga naar de databank van BCRG, zoek de verklaring op en neem de gegevens over in Vabi EPA. Tip! Download de pdf en voeg deze aan het projectdossier toe.

Code samenstelling BCRG voor de NTA 8800
Publicaties

KV toepassen bij detailopname

Beslisdiagram

g-waarde

In het opnameprotocol staat bij tabel Tabel 8.14 R1 U-waarde en g-waarde van ramen grenzend aan buitenlucht

Opmerking: De g-waarde is ook af te leiden uit de productinformatie van het glas. Het bewijs hiervan moet dan worden toegevoegd aan het projectdossier.

Als je de g-waarde volgens productinformatie op wilt geven, dan kun je dit aanvinken om de g-waarde aan te passen.

Publicaties

Bepaling Rc- en U-waarde o.b.v. isolatiedikte / type glas en kozijn of o.b.v. bouwjaar (beslisdiagrammen)

  • Basis
  • Detail

Uit het opnameprotocol paragraaf 8.2.14 (zie ook publicaties hierboven):

Bij de Rc-waarde bepaling geldt deze volgorde:

  1. Ter plekke bij de betreffende constructie de isolatiedikte meten.
  2. Isolatiedikte bepalen uit tekeningen, rekeningen of ander bewijsmateriaal die behoren bij het gebouw (met adres betreffende gebouw). Ter plekke in het gebouw controleren of de aangegeven dikte aannemelijk is.
  3. Rc-waarde bepalen op basis van het bouwjaar/renovatiejaar.

Alleen als de isolatiedikte niet ter plekke is te bepalen, moet de isolatiedikte uit de betreffende rekening/tekening worden afgeleid. Is er ook geen tekening/rekening of ander bewijsmateriaal beschikbaar? Dan moet de Rc-waarde op basis van het bouwjaar/renovatiejaar worden bepaald.

  1. Als op de tekening/rekening is aangegeven dat er een bepaald merk en type isolatiemateriaal is toegepast en er is voor het betreffende isolatiemateriaal een gecontroleerde verklaring beschikbaar, dan moet de Rc-waarde van het betreffende isolatiemateriaal, behorend bij de gegeven dikte worden aangehouden.
  2. Als er op een rekening en/of tekening een Rc-waarde bij een bepaalde constructie staat, mag deze niet zomaar worden gebruikt. Alleen als een gecontroleerde verklaring kan aantonen dat de Rc-waarde van de betreffende constructie klopt, moet deze gebruikt worden.

De op te nemen kenmerken van gevels, panelen, daken en vloeren zijn:

Gevels, panelen en vloeren

 

De op te nemen kenmerken van de ramen voor de U-waarde zijn:

Ramen

 

Op te nemen kenmerk van een deur is: ongeïsoleerd of geïsoleerd.

Deuren

 

Indien het gebouw of een deel van het gebouw gerenoveerd is, geldt het volgende:

Renovatie

 

Als op een later tijdstip een stuk is aangebouwd aan het gebouw, moet voor de constructies van die aanbouw het jaar van de aanbouw te worden gebruikt. Met de voorwaarde:

Later aangebouwd deel

Als er twee of meer lagen isolatiemateriaal aanwezig zijn bij een constructie (er is bijvoorbeeld een dunne laag isolatiemateriaal in de spouw en aan de binnenzijde van de gevel is na-isolatie aangebracht), gelden de volgende regels:

Isolatiematerialen combineren

 

Publicaties

.

Standaard constructies

Invoer met beslisdiagram wordt voornamelijk gebruikt bij energieprestatieberekeningen voor bestaande bouw met basisopname.

Voor constructies met invoer via beslisdiagram is er een lijst met standaardconstructies beschikbaar die geïmporteerd kunnen worden, zie afbeelding hierboven. Hierin zitten de meest voorkomende situaties die volgen uit beslisschema’s voor Rc-waarde en U-waardes. De Rc-waardes worden in basis gebaseerd op isolatie aanwezig: Ja / Nee / Onbekend en isolatie dikte bekend: Ja / Nee / Onbekend, rieten daken zitten niet in de standaardconstructies. En de U-waardes van beglazing worden bepaald met kozijn type en glas type; van deuren met isolatie aanwezig: Ja / Nee; van panelen kozijntype en isolatie aanwezig: Ja / Nee / Onbekend en isolatie dikte bekend: Ja / Nee / Onbekend. Zie publicaties hierboven.

Fout tijdens import

.

Zelf een bibliotheek maken

Wil je zelf een bibliotheek maken, voor een project waar bepaalde constructies vaak in voor komen, voor rieten daken of een eigen lijst die je prettig vind om mee te werken. Je kunt een voorraad aangemaakte constructies exporteren en op een herkenbare plek opslaan. Deze kun je dan uitwisselen met collega’s en in nieuwe projecten importeren met de knoppen bovenaan.


Terug naar Constructies