Warmteverlies
Algemeen
De warmteverliesmodule berekent het benodigde ontwerpvermogen voor verwarming (Φ;HL,build, in Watt) van een gebouw. De berekening is gebaseerd op de schilmethode uit ISSO 51 (2023, hoofdstuk 3) voor woningen en ISSO 53 (2024, hoofdstuk 3) voor utiliteitsgebouwen, met ventilatie-aspecten uit ISSO 57.
Hergebruik van NTA 8800-invoer
De schileigenschappen — Rc-waarden, U-waarden, oppervlakken en oriëntaties — worden automatisch overgenomen uit de bestaande NTA 8800-invoer van het project. Je hoeft constructies en vlakken dus niet opnieuw in te voeren. Alleen de aanvullende parameters die de schilmethode voorschrijft worden in deze module opgevraagd.
Invoervelden — Algemeen
De velden in deze sectie verschijnen direct nadat je de module hebt geactiveerd. Welke velden zichtbaar zijn hangt af van het objecttype (Woning of Utiliteit), de bouwfase en het gekozen ventilatiesysteem.
Seniorenwoning
Aanvinkvakje. Aanvinken bij een seniorenwoning of verzorgingstehuis. Conform ISSO 51 §3.1 wordt dan met een ontwerpbinnentemperatuur van 22 °C gerekend in plaats van de standaard 21 °C voor woningen, wat tot een hoger berekend warmteverlies leidt.
Opgave buitentemperatuur
Keuzelijst met twee opties: Forfaitair of Eigen opgave. Bepaalt hoe de ontwerpbuitentemperatuur (θe) wordt vastgesteld. Bij Forfaitair wordt de waarde uit ISSO 51 §2.7 gebruikt: basisontwerpbuitentemperatuur −10 °C, eventueel gecorrigeerd met Δθe,τ voor de tijdconstante van het gebouw. Bij Eigen opgave vul je zelf een waarde in — bijvoorbeeld voor projecten in een afwijkend klimaatgebied of voor onderzoeksdoeleinden.
Buitentemperatuur
Getal in °C. Alleen zichtbaar bij Eigen opgave. Dit is de zelf op te geven ontwerpbuitentemperatuur waarmee gerekend wordt.
Koudebruggen
Keuzelijst die de toeslag voor lineaire warmteverliezen (ψ-toeslag, koudebruggen) bepaalt. De opties zijn:
- Speciale bouwkundige voorzieningen — voor gebouwen waarbij koudebruggen aantoonbaar zijn weggewerkt met thermische onderbrekingen.
- Nieuw gebouw — voor recent gerealiseerde gebouwen volgens hedendaagse detaillering.
- Isolatie binnenzijde — voor gebouwen waar de isolatie aan de binnenzijde is aangebracht. Dit geeft de hoogste toeslag, omdat koudebruggen bij binnenisolatie meer effect hebben.
- Overig — voor alle overige situaties.
Kies de optie die past bij de detaillering van het gebouw. De koudebruggentoeslag wordt in de transmissieberekening verwerkt en is dus zichtbaar in de post Buitenlucht van de resultaten.
Inhoud gebouw
Getal in m³. Het bruto-bouwvolume binnen de thermische schil, gebaseerd op de uitwendige afmetingen. Wordt onder andere gebruikt voor de bepaling van de effectieve opslagcapaciteit (Ceff) en het ventilatieverlies.
Lengte gebouw
Getal in m. Gevellengte langs de langste zijde. Samen met de breedte wordt deze waarde gebruikt voor de geometrische correctiefactoren bij infiltratie (zie ISSO 51 §2.5.6, correctiefactor fwind voor de winddruk door gebouwafmetingen).
Breedte gebouw
Getal in m. Gevellengte langs de korte zijde.
Voldoet aan eisen Besluit bouwwerken leefomgeving
Aanvinkvakje. Alleen zichtbaar bij bouwfase = Bestaande bouw. Aanvinken als het gebouw voldoet aan de minimumeisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Beïnvloedt de aannames voor luchtdichtheid en isolatie in de schilberekening. Voor utiliteitsgebouwen wordt deze aanduiding ook gebruikt in de luchthoeveelheidbepaling volgens ISSO 57.
Oppervlakte verblijfsgebied
Getal in m². Alleen zichtbaar bij Objecttype = Woning.
Dit is de gebruiksoppervlakte van het verblijfsgebied (Avg): de ruimtes in een woning die bedoelt zijn voor het verblijven van personen. Natte ruimtes (badkamer, wc), technische ruimtes en verkeersruimtes horen hier dus niet bij. In de schilmethode voor woningen wordt dit gebruikt voor de forfaitaire luchtvolumestroom.
Oppervlakte verblijfsgebied binnen WTW
Getal in m². Alleen zichtbaar bij een woning met ventilatiesysteem E (gebalanceerd met WTW). Het deel van het verblijfsgebied dat door de WTW-installatie wordt bediend. Wordt gebruikt om het effectieve ventilatieverlies te corrigeren voor de warmteterugwinning.
Aantal verdiepingen
Geheel getal. Het aantal verdiepingen binnen de thermische schil van het gebouw.
Aantal naastgelegen aangrenzende gebouwen
Geheel getal. Alleen zichtbaar bij Objecttype = Utiliteit. Aantal verwarmde buurpanden waar het object aan grenst. Wordt gebruikt om de transmissie naar aangrenzende panden te berekenen (ISSO 53 §2.5.4). Zichtbaar als afzonderlijke post Aangrenzend gebouw in de resultaten.
Invoervelden — Toeslag voor bedrijfsbeperking
Deze sectie gaat over de opwarmtoeslag (Φhu): het extra vermogen dat nodig is om het gebouw na een periode van temperatuurverlaging (nachtverlaging of bedrijfsbeperking) weer op temperatuur te brengen binnen een acceptabele opwarmtijd.
Conform ISSO 51 §2.5.8 mag de toeslag voor bedrijfsbeperking in een aantal situaties achterwege blijven:
- Bij continu bedrijf
- Bij verwarmingssystemen met grote traagheid (zoals natbouw-vloerverwarming) gecombineerd met bedrijfstijden van 16 uur of langer
- Bij een zelflerende regeling
- Wanneer wordt afgesproken om bij zeer lage buitentemperaturen (< −5 °C) geen nachtverlaging toe te passen
In die gevallen vink je Nachtverlaging niet aan, of kies je via Wijze van regelen voor Zelflerende regeling.
Nachtverlaging
Aanvinkvakje. Aanvinken als er ’s nachts of buiten gebruikstijden temperatuurverlaging wordt toegepast. Als dit vinkje uit staat, blijven de overige velden in deze sectie verborgen en wordt er geen opwarmtoeslag berekend (Φhu = 0).
Wijze van regelen
Keuzelijst. Alleen zichtbaar als nachtverlaging is aangevinkt:
- Regeling per verblijfsgebied — elke ruimte of zone heeft zijn eigen regeling.
- Kamerthermostaat — één centrale thermostaat regelt het hele gebouw.
- Zelflerende regeling — slimme thermostaat die opwarmtijden voorspelt. Conform ISSO 51 §2.5.8 kan de toeslag voor bedrijfsbeperking bij een zelflerende regeling op nul gezet worden.
Methode specifieke opwarmtoeslag
Keuzelijst. Alleen zichtbaar als nachtverlaging is aangevinkt. Bepaalt welke berekeningsmethode wordt gebruikt voor de opwarmtoeslag:
- Eigen opgave — je vult zelf een waarde in W/m² in. Handig wanneer een berekening op basis van een specifiek meetregime of simulatie is gemaakt.
- ISSO 51 — berekening volgens de ISSO 51-methode voor woningen (tabel 2.10 in §2.5.8.1: P in W/m² afhankelijk van aantal graden afkoeling, gebouwzwaarte ZL/L/M/Z en opwarmtijd).
- ISSO 53 — berekening volgens de ISSO 53-methode voor utiliteit (tabel 2.13 in §2.5.8.1: vrije afkoeling of beperkte afkoeling).
Belangrijk: deze keuze bepaalt welke vervolgvelden verschijnen.
Vervolg bij methode Eigen opgave
Specifieke opwarmtoeslag
Getal in W/m² gebruiksoppervlak. De zelf op te geven specifieke toeslag voor bedrijfsbeperking (P). Deze waarde wordt vermenigvuldigd met het totale gebruiksoppervlak Ag tot de toeslag Φhu (ISSO 51 formule 2.48).
Vervolg bij methode ISSO 51
Volgens ISSO 51 §2.5.8.1 hangt de specifieke toeslag P af van de mate van afkoeling tijdens nachtverlaging en de toegestane opwarmtijd. De zwaarte van het gebouw (Ceff op basis van paragraaf 2.3) wordt automatisch bepaald uit de overige projectinvoer.
Aantal graden nachtverlaging
Keuzelijst met opties 1 / 1,5 / 2 / 2,5 / 3 K. Hoeveel graden de temperatuur ’s nachts daalt ten opzichte van de comfort-setpoint. ISSO 51 hanteert hiervoor afbeelding 2.7 (te verwachten maximale afkoeling na een periode van acht uur nachtverlaging bij ontwerpcondities).
Opwarmtijd beperkte afkoeling
Keuzelijst met opties 0,5 / 1 / 2 / 3 / 4 uur. De tijd waarin het gebouw ’s ochtends weer op comforttemperatuur moet zijn. Een kortere opwarmtijd vraagt een hogere toeslag.
Vervolg bij methode ISSO 53
Methode voor afkoeling
Keuzelijst met twee opties: Vrije afkoeling of Beperkte afkoeling. Bij vrije afkoeling mag de temperatuur tijdens niet-gebruiksuren onbeperkt zakken (afhankelijk van de gebouwzwaarte). Bij beperkte afkoeling wordt de temperatuur op een lager (maar gehandhaafd) niveau gehouden. Zie ISSO 53 §2.5.8.1 en §2.5.8.2 voor de bijbehorende tabellen.
Aantal uren vrije koeling
Keuzelijst met opties 8 / 14 / 62 uur. Alleen zichtbaar bij Vrije afkoeling. 8 uur komt overeen met dagelijkse nachtverlaging, 62 uur met een weekendverlaging.
Opwarmtijd
Keuzelijst met opties 0,5 / 1 / 2 / 3 / 4 / 6 / 12 uur. Alleen zichtbaar bij Vrije afkoeling. De tijd waarin het gebouw weer op temperatuur moet zijn.
Aantal graden nachtverlaging (ISSO 53)
Keuzelijst met opties 1 / 2 / 3 / 4 / 5 K. Alleen zichtbaar bij Beperkte afkoeling.
Opwarmtijd beperkte afkoeling (ISSO 53)
Keuzelijst met opties 0,5 / 1 / 2 / 3 / 4 uur. Alleen zichtbaar bij Beperkte afkoeling.
Aantal luchtwisselingen gebouw
Keuzelijst met opties 0,1 of 0,5 (1/h). Het aantal luchtwisselingen van het gebouw tijdens niet-gebruiksuren. Lagere waarden komen overeen met een goed afgesloten gebouw waarin de ventilatie tijdens de afkoelperiode wordt uitgeschakeld.
Invoervelden — WTW en verwarmingsbatterij
Deze velden verschijnen alleen bij specifieke ventilatieconfiguraties. Ze hangen samen met de wijziging in ISSO 51/53/57 dat de temperatuur na een WTW wordt berekend op basis van het opgegeven rendement (niet meer afzonderlijk opgegeven) en met de behandeling van vorstbeveiliging.
Verwarmingsbatterij aanwezig
Aanvinkvakje. Alleen zichtbaar bij utiliteit in combinatie met een ventilatiesysteem B, D of E. Aanvinken als er een naverwarmingsbatterij in het ventilatiesysteem is opgenomen. Het vermogen van deze batterij telt mee in de post Systeemverliezen van het resultaat (ISSO 53 §2.8.2)
Inblaastemperatuur na verwarmingsbatterij
Getal in °C. Alleen zichtbaar als Verwarmingsbatterij aanwezig is aangevinkt. De temperatuur van de ingeblazen lucht na de naverwarmingsbatterij — dit bepaalt het door de batterij geleverde vermogen.
Vorstbeveiliging WTW
Keuzelijst. Alleen zichtbaar bij een ventilatiesysteem met WTW zonder enthalpiewisselaar. Het type vorstbeveiliging dat is toegepast:
- Geen of onbekend — er wordt forfaitair met 75% van het WTW-rendement gerekend.
- Terugtoeren onbalans — de ventilator wordt langzamer gedraaid om onbalans te veroorzaken en bevriezing van de wisselaar te voorkomen.
- Voorverwarming buitenlucht elektrisch — de buitenlucht wordt elektrisch voorverwarmd vóór de WTW. Er wordt met 100% van het WTW-rendement gerekend; het vorstbeveiligingsvermogen wordt apart in beeld gebracht.
- Voorverwarming buitenlucht recirculatie — de buitenlucht wordt voorverwarmd door bijmenging van retourlucht.
- Menging binnenlucht — er wordt binnenlucht bijgemengd om de WTW te beschermen.
Temperatuur na voorverwarming in WTW
Getal in °C. Alleen zichtbaar bij vorstbeveiliging via voorverwarming buitenlucht (elektrisch of recirculatie). De luchttemperatuur na de voorverwarming en vóór de WTW. Wordt gebruikt om het vermogen van de vorstbeveiliging te berekenen.
Resultaten
De resultaten zijn zichtbaar in de rechter resultaatkolom op het tabblad Warmteverlies. Alle waarden zijn in Watt en gelden op gebouwniveau.
Basisverliezen versus niet-gelijktijdige verliezen
De schilmethode onderscheidt twee soorten warmteverliezen (ISSO 51 §3.5 / ISSO 53 §3.5):
- Basiswarmteverliezen (Φbasis) — altijd optredende verliezen: transmissie naar buitenlucht, naar onverwarmde aangrenzende ruimten en naar de grond, plus infiltratie.
- Extra warmteverliezen (Φextra) — verliezen die niet altijd of niet altijd gelijktijdig optreden: ventilatie, transmissie naar aangrenzende verwarmde panden, en de toeslag voor bedrijfsbeperking (opwarmtoeslag na nachtverlaging).
De extra verliezen worden niet zomaar opgeteld. De achterliggende redenering: het is onwaarschijnlijk dat tegelijk de buitentemperatuur op zijn laagst is, de aangrenzende panden leeg staan, er maximaal wordt geventileerd én er nachtverlaging actief is. Daarom worden de drie extra-posten kwadratisch opgeteld
Φextra = √(Φt,aangr_gebouw² + Φv² + Φhu²)
Het totale ontwerpvermogen volgt dan uit (ISSO 51 formule 3.9):
ΦHL,build = Φbasis + Φextra + ΣΦadd,i
waarbij ΣΦadd,i de systeemverliezen zijn (vermogen voorverwarmer, leidingverliezen door onverwarmde ruimten).
Basisverlies (Φbasis)
De som van transmissie- en infiltratieverlies bij ontwerpcondities, zonder ventilatie, toeslagen voor bedrijfsbeperking of systeemverliezen. Volgens §3.5.1 uit de ISSO 51 en 53 omvat dit:
- Warmteverliezen naar de buitenlucht (ΦT,ie)
- Warmteverliezen naar aangrenzende onverwarmde ruimten (ΦT,iae)
- Warmteverliezen naar de grond (ΦT,ig)
- Infiltratieverliezen (Φi)
- Minus eventuele gelijktijdig optredende permanente warmtewinsten (Φgain,i)
Het basisverlies is per definitie altijd aanwezig op het ontwerpmoment.
Buitenlucht (ΦT,ie)
Transmissieverlies van schildelen die grenzen aan de buitenlucht: gevels, dak, ramen en deuren. Inclusief de koudebruggentoeslag uit de keuze bij Koudebruggen. Doorgaans de grootste bijdrage aan het transmissieverlies.
Grond (ΦT,ig)
Transmissieverlies van schildelen die grenzen aan de grond: begane grondvloer en kelderwand/-vloer. Bij gebouwen waarbij de vloer aan een onverwarmde kruipruimte grenst, staat deze post op 0 W en wordt het verlies meegenomen onder AOR. In ISSO 51/53 wordt voor de grondtemperatuur gerekend met een vaste waarde, sinds 2024 vastgezet op 10,5 °C (voorheen 9 °C).
AOR (ΦT,iae)
Transmissieverlies naar Aangrenzende Onverwarmde Ruimten — bijvoorbeeld een onverwarmde garage, berging, kruipruimte of zolder. De temperatuur aan de keerzijde wordt bepaald volgens ISSO 51 §2.5.3/§2.5.4 (afhankelijk van de mate van isolatie en ventilatie van de onverwarmde ruimte).
Infiltratie (Φi)
Warmteverlies door ongewenste luchtlek door de schil. Wordt berekend op basis van de qv;10-waarde uit de NTA 8800-invoer in combinatie met correctiefactoren voor gebouwtype, ligging, gebouwafmetingen (fwind) en ventilatiesysteem (zie ISSO 51 §2.5.6 of ISSO 53 §2.5.6.1). Een hoge infiltratiewaarde wijst meestal op een slechte luchtdichtheid of op het hanteren van een forfaitaire waarde voor een ouder gebouw.
Niet gelijktijdig
Resultaat van de kwadratische optelling van de extra verliezen (Φextra). Conform de schilmethode wordt aangenomen dat ventilatie-, aangrenzend-gebouw- en bedrijfsbeperkingsverliezen niet allemaal gelijktijdig hun ontwerpwaarde bereiken. Berekend als:
Φextra = √(Φt,aangr_gebouw² + Φv² + Φhu²)
Deze post is dus geen aftrek van het basisverlies, maar een gekwadrateerde sommatie van de drie genoemde “extra” posten.
Ventilatie (Φv / Φvent)
Warmteverlies door mechanische of natuurlijke ventilatie. Bij aanwezigheid van WTW wordt het rendement van de warmtewisselaar in rekening gebracht — afhankelijk van de vorstbeveiliging met 75% (geen vorstbeveiliging) of 100% (met voorverwarming) van het opgegeven rendement (ISSO 51 §3.2.2, ISSO 53 §3.2.3).
Aangrenzend gebouw (ΦT,iaBE)
Transmissieverlies naar aangrenzende verwarmde gebouwen. Alleen relevant voor utiliteitsgebouwen die fysiek gekoppeld zijn aan een naburig pand. Voor woningbouw wordt conform ISSO 51 met een ΔT van 4 K naar buurwoningen gerekend.
Toeslag voor bedrijfsbeperking (Φhu)
Het extra vermogen dat nodig is om het gebouw na nachtverlaging weer op te warmen binnen de opgegeven opwarmtijd (ISSO 51 §2.5.8 / ISSO 53 §2.5.8) Deze post is 0 W als Nachtverlaging niet is aangevinkt of als een zelflerende regeling is gekozen.
Systeemverliezen (ΣΦadd,i)
Verliezen van het verwarmingssysteem zelf, conform ISSO 51 §2.9/ ISSO 53 §2.8:
- Warmteafgifte van vloer-/wand-/plafondverwarming naar bodem, kruipruimte, buiten of aangrenzend pand
- Vermogen van de voorverwarmer (vorstbeveiliging WTW)
- Warmteverlies van leidingen en luchtkanalen in onverwarmde ruimten
Totaal (ΦHL,build)
Het benodigde ontwerpvermogen voor de warmteopwekker. Volgens ISSO 51 formule 3.9 / ISSO 53 formule 3.9:
ΦHL,build = Φbasis + Φextra + ΣΦadd,i
Dit is de minimale capaciteit waarop bijvoorbeeld een warmtepomp of CV-ketel gedimensioneerd moet worden. Voor het bepalen van de capaciteit van een verdeler kunnen de systeemverliezen apart worden meegenomen (formule 3.10).