Vabi Assets Energie is software om de energieprestatie van een hele woningvoorraad te beheren, monitoren en verbeteren. Het is gemaakt voor organisaties die niet één gebouw beoordelen, maar honderden tot tienduizenden woningen tegelijk willen overzien. Denk aan woningcorporaties, gemeenten en vastgoedbeheerders. Je werkt met Vabi Assets Energie in je browser. Geen installatie nodig, altijd de laatste versie, overal toegankelijk.

Deze documentatie beschrijft de cloud-versie van Vabi Assets Energie, beschikbaar via je browser. Werk je nog met de desktop-versie? Bekijk dan de documentatie voor de desktop-versie.

Waar gebruik je het voor?

In de praktijk wordt Assets Energie ingezet voor vier soorten werk.

  1. Energielabels berekenen en registreren
    Voer opnamegegevens in (constructies, installaties, ventilatie) of importeer ze vanuit een eerdere opname. De software rekent volgens NTA 8800 en stuurt het resultaat naar EP-Online (RvO) voor de officiële registratie. Wettelijk verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering.
  2. Verduurzaming plannen
    Bereken voor je hele bezit door wat het effect is van renovatiemaatregelen, zoals isolatie, warmtepompen of zonnepanelen. Vergelijk varianten naast elkaar en bouw zo een onderbouwd energieplan of portefeuilleroutekaart op.
  3. Voortgang monitoren
    Het dashboard toont in één oogopslag hoe je voorraad ervoor staat: hoeveel woningen welk label hebben, welke complexen achterlopen op de verduurzamingsopgave, en hoe je scoort tegen de Nationale Prestatieafspraken (Aedes).
  4. Verplichte rapportages aanleveren
    Genereer rapportages voor wettelijke en sectorale verplichtingen, zoals SHAERE (Aedes), monitorbestanden voor RvO, en interne rapportages voor management of toezichthouders.

Hoe is de software opgebouwd

Vabi Assets Energie is opgebouwd rond drie kernconcepten. Begrijp je deze drie, dan begrijp je hoe het hele systeem werkt.

  • Voorraad
    De volledige set woningen en gebouwen die je beheert. Een voorraad bestaat altijd uit één of meer deelvoorraden: het bepaalt welk soort objecten erin passen en hoe ze worden doorgerekend. Bij het aanmaken van een deelvoorraad leg je drie kenmerken vast die voor alle objecten erin gelden: objecttype, bouwfase en opname. Objecten met een andere combinatie van deze kenmerken horen in een aparte deelvoorraad. Heb je bijvoorbeeld zowel woningen als kantoren in beheer, of zowel bestaande bouw als nieuwbouw, dan maak je daar verschillende deelvoorraden voor aan.
  • Object
    Eén woning of gebouw waarvoor je een energielabel berekent. Een object bevat alle invoergegevens (adres, constructies, installaties), het berekende resultaat, en bijbehorende bestanden zoals foto’s en plattegronden.
  • Rekenzones
    Het deel van een object waarvoor de daadwerkelijke NTA 8800-berekening wordt gedaan. Hier leg je de bouwkundige en installatietechnische gegevens vast: geometrie, ventilatie, verwarming, warm tapwater en eventuele zonne-energie.
    Voor de meeste eengezinswoningen heeft een object één rekenzone. Bij een gebouw met duidelijk verschillende delen (bijvoorbeeld een woonhuis met een aangebouwde bedrijfsruimte) maak je er meerdere aan, zodat elk deel met de juiste eigenschappen wordt doorgerekend.

💡 Komt later: Complex. In een toekomstige versie kun je objecten groeperen in een complex, bijvoorbeeld een appartementengebouw of een rijtje seriematig gebouwde woningen. Bij een complex leg je gedeelde gegevens en bestanden vast die voor alle onderliggende objecten gelden.

Wat krijg je standaard?

  • Dashboard met realtime inzicht in voorraadstatus en verduurzamingsopgave
  • Bestanden uploaden bij objecten (foto’s, plattegronden, rapporten)
  • BAG-koppeling voor het ophalen van officiële adresgegevens
  • EP-Online-koppeling voor directe registratie bij RvO
  • Import van .epa-bestanden, CSV en XML
  • Exports naar Excel, PDF en wettelijke formats
  • Multi-user met rollen en rechten per gebruiker
  • Single Sign-On, onder andere via Microsoft Entra ID

Terug naar Aan de slag