Samengestelde opwekinstallatie

februari 2026

Samengestelde opwekinstallatie

Bij een samengestelde opwekinstallatie wordt warm tapwater door meerdere toestellen (trapsgewijs) verwarmd tot de minimale, legionella veilige tapwatertemperatuur van 70°C.

Er is sprake van een samengestelde opwekinstallatie wanneer meerdere opwekkers in serie geplaatst zijn en waarbij ieder toestel een gedeelte van de benodigde verhoging voor warm tapwater realiseert (getrapte temperatuurverhoging). Het opnameprotocol paragraaf 13.3.3 beschrijft enkele situatie voor samengestelde opwekinstallaties.

  1. Elk toestel verzorgt een gedeelte van de benodigde verhoging voor verwarming van warm tapwater. De benodigde warm tapwater temperatuur wordt pas bereikt bij het laatste toestel. Er is sprake van een getrapte temperatuurverhoging, Zie paragraaf 13.3.3.1.
  2. De toestellen kunnen afzonderlijk de benodigde temperatuurverhoging bewerkstelligen. Het tweede toestel wordt gedurende een groot deel van de tijd gevoed met warm water dat al voldoende verwarmd is. Er is sprake van een ‘hot fill’. Zie paragraaf 13.3.3.2.
  3. Er is sprake van een individuele boosterwarmtepomp die warm tapwater produceert uit koud drinkwater met behulp van de warmte uit het verwarmingssysteem. Zie paragraaf 13.3.4.

Op deze pagina lees je een toelichting op de verschillende opties die in het opnameprotocol ISSO 75.1 resp. 82.1 (7e druk) en in de NTA 8800 beschreven zijn. Daarna volgen aan aantal uitgewerkte voorbeelden ter illustratie van de invoer. Met name de twee voorbeelden van getrapte temperatuurverhoging (par. 13.3.3.1) zijn niet alleen illustratief, maar ook een invoerinstructie van de juiste invoer voor een correcte berekening.

Getrapte temperatuurverhoging

paragraaf 13.3.3.1

Uit het opnameprotocol (7e druk)

Voor een warm tapwatersysteem waarbij meerdere toestellen in serie ieder een gedeelte van de benodigde verhoging voor warm tapwater realiseren (getrapte temperatuurverhoging), zijn er aanvullende regels.

Een warm tapwatersysteem met getrapte temperatuurverhoging kan je alleen invoeren als het eerste toestel ook voor verwarming wordt gebruikt. Het tweede toestel kan je alleen invoeren als er een kwaliteitsverklaring beschikbaar is, waaruit blijkt dat de werkelijke temperatuurniveaus overeenkomen met de in- en uitgaande temperatuurniveaus van de meetcondities op de verklaring.

Bij toepassing van meerdere elektrische warmtepompen in serie moet, wanneer je gebruik maakt van de forfaitaire opwekrendementen, het hele opweksysteem beschouwen als één grote elektrische warmtepomp. Voor het brontype moet je dan uitgaan van de bron die wordt gebruikt door het toestel dat de laatste stap in de temperatuurverhoging realiseert.

Voor alle overige situaties waarbij twee of meer toestellen in serie worden opgesteld voor het op getrapte wijze leveren van warmtapwater biedt de NTA 8800 [24] geen bepalingswijze.

Voorbeeld 1: getrapte temperatuurverhoging waar een kwaliteitsverklaring beschikbaar is.

Voorbeeld 2: getrapte temperatuurverhoging met twee warmtepompen in serie

Hotfill elektroboiler

paragraaf 13.3.3.2

Uit het opnameprotocol (7e druk)

Wanneer twee toestellen in serie worden opgesteld, die elk afzonderlijk in de productie van warm tapwater kunnen voorzien, dan is er sprake van zogeheten ‘hot fill’. Het tweede toestel ontvangt dan al verwarmd warm tapwater van het eerste toestel. De gegevens van beide toestellen moet je in dat geval opnemen. Als er sprake is van een gecontroleerde kwaliteitsverklaring voor één of beide toestellen, moet je dit opgeven.

Wanneer een ‘hot fill’ elektroboiler is geplaatst in de nabijheid van de aanrecht van een keuken dan moet je voor de berekening van het energiegebruik de ‘hot fill’ elektroboiler aanmerken als enige opwektoestel. Er moet dan dus een apart tapwatersysteem voor de keuken aangemaakt worden.

Wanneer er sprake is van een is serie geschakeld voorraadvat dat niet beschikt over een eigen verwarmingssysteem dan moet je dit voor de bepaling van de energieprestatie beschouwen als een ‘hot fill’ elektroboiler en als zodanig opnemen.

Een in serie geschakeld voorraadvat dat niet beschikt over een eigen verwarmingssysteem kan het aanwezige tapwater niet op temperatuur houden. Je moet er daarom van uitgaan dat het aanwezige tapwater elektrisch naverwarmd wordt. Als een extern geplaatst voorraadvat op temperatuur gehouden wordt door de hoofdopwekker, is er sprake van een indirect gestookt voorraadvat.

In voorbeeld 3a is een hotfill elektroboiler uitgewerkt.

In voorbeeld 3b is een hotfill elektroboiler uitgewerkt die in de keuken geplaatst is.

Boosterwarmtepomp

paragraaf 13.3.2.4

Uit het opnameprotocol (7e druk)

Boosterwarmtepompen (BWP) zijn individuele of collectieve warmtapwaterwarmtepompen met een hogetemperatuurwarmtebron, met een watertemperatuur > 12 °C. Boosterwarmtepompen leveren warm tapwater met behulp van de warmte uit het verwarmingssysteem (bron is het verwarmingssysteem).

Bepalen

  • Bepaal de warmtebron van de BWP.
  • Bepaal in paragraaf 9.3.4 het type regeling van de aanvoertemperatuur*:
    • Constante aanvoertemperatuur.
    • Stooklijngeregelde aanvoertemperatuur.

* Bij verwarming, paragraaf 9.3.4 Ontwerptemperatuurklasse wordt hiervoor het volgende aandachtspunt gegeven:

  • Er is alleen sprake van een constante aanvoertemperatuur als je aantoont dat het verwarmingssysteem jaarrond op een constante aanvoertemperatuur functioneert. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit de aanwezigheid van een afleverset of uit een regeltechnische omschrijving van de installatie (RTO). Indien een constante aanvoertemperatuur niet aantoonbaar, of dit onbekend is, ga je uit van een stooklijngeregelde aanvoertemperatuur. 

In voorbeeld 4a is een boosterwarmtepomp uitgewerkt.

Overige situaties

Voor alle overige situaties waarbij twee of meer toestellen in serie worden opgesteld voor het op getrapte wijze leveren van warmtapwater biedt de NTA 8800 [24] geen bepalingswijze. Overige situaties kun je dus niet invullen en doorrekenen. Iedere casus is maatwerk hoe die ingevuld kan worden. We kunnen met je meedenken en een suggestie doen waarmee de praktijksituatie het beste tot zijn recht komt in de NTA 8800 rekenregels, maar Vitec Vabi heeft geen bevoegdheid om invoer voor te schrijven.

Omdat de mogelijkheden voor getrapte temperatuurverhoging in de NTA 8800 erg beperkt, zijn er veelvoorkomende situaties die toch niet 1 op 1 ingevuld kunnen worden. Enkele voorbeelden van samengestelde opwekinstallaties die niet in het protocol en NTA 8800 zijn beschreven:

  • Naverwarming met een afleverset (zonder kwaliteitsverklaring). De NTA 8800 geeft geen rekenregels voor elektrische naverwarming (anders dan een hotfill elektroboiler). Suggestie van Vitec Vabi: Elektrische naverwarming laat je achterwege of kun je (bij een compleet toestel) als hotfill boiler zonder voorraadvat invullen. De hotfill boiler voorziet dan volgens de NTA 8800 in het (na)verwarmen van 20% van de warmtapwaterbehoefte.
    Er zijn kwaliteitsverklaringen opgesteld voor verschillende afleversets die kunnen (na)verwarmen, die zijn dan meestal zo opgesteld dat je het toestel als een boosterwarmtepomp in moet vullen. In voorbeeld 4b is een afleverset/doorstroomtoestel uitgewerkt die elektrisch naverwarmd met een kwaliteitsverklaring. Als de verklaring niet gebruikt mag worden omdat deze buiten het bereik of de specificaties (bijv. stooklijn of constante aanvoertemperatuur) van de verklaring valt, motiveer dan je keuze in het projectdossier (achterwege laten, als hotfill toestel, of als forfaitaire boosterwarmtepomp, of een andere optie), of raadpleeg KEGO.
  • Een hybride warmtepomp die samen cv-ketel het tapwater verwarmd, zonder indirect gestookt voorraadvat. Er zijn geen rekenregels om twee (of meer) complete toestellen te combineren. Suggestie van Vitec Vabi: je geeft de warmtepomp op als opwekker op basis van paragraaf 13.3.3 Systemen op zonne-energie zijn altijd preferent op andere opwekkers. Verdere prioritering gaat op basis van het rendement per apparaat, waarbij het opwektoestel met het hoogste rendement als eerste komt.
    Controleer bij woningopname goed of de warmtepomp ook voor tapwater gebruikt wordt, bij een hybride opstelling wordt vaak alleen de cv-ketel voor warmt water gebruikt. Als de hybride warmtepomp alleen voor verwarming gebruikt wordt, dan vul je alleen de cv-ketel in bij tapwater. Als de hybride warmtepomp en de cv-ketel samen aangesloten zijn op een indirect verwarmd voorraadvat, dan kun je beide opwekkers invullen.
  • Een slimme elektroboiler die stroom van zonne-energie benut om warm tapwater (voor) te verwarmen als de zon schijnt, het tweede toestel (bijvoorbeeld een cv-combketel of combiwarmtepomp) wordt bij warm tapwatervraag gevoed met voorverwarmd tapwater uit de slimme elektroboiler. Suggestie van Vitec Vabi: ook al gaat het hier om voorverwarming met een elektroboiler, zou je dit toch als hotfill elektroboiler (naverwarming) in kunnen vullen, want daarmee wordt de energiebehoefte verdeeld met 20% naar de slimme elektroboiler en 80% naar de naverwarmer zoals bijvoorbeeld een cv-combiketel of combiwarmtepomp.
Voor de overige situaties die niet in opnameprotocol en NTA 8800 beschreven zijn, moet per situatie gekeken worden wat de best passende invoer is. De EP-adviseur kan zijn eigen keuze motiveren in het projectdossier, of kan hulp vragen bij KEGO.
Je kunt hierbij het aandachtspunt uit ISSO 13.3.3 aanhouden als leidraad en voor de invoer van de opwekker van warm tapwater te kiezen voor de opwekker met het hoogste rendement:

Als op een warmtapwatersysteem meerdere opwekkers zijn aangesloten, zijn deze opwekkers onderling geprioriteerd. Systemen op zonne-energie zijn altijd preferent op andere opwekkers. Verdere prioritering gaat op basis van het rendement per apparaat, waarbij het opwektoestel met het hoogste rendement als eerste komt.

Zonneboiler

Ook zonne-energiesystemen (zoals een zonneboiler of PVT-systeem) worden in het praktijkboek genoemd als een samengestelde opwekinstallatie. De zonneboiler vul je in bij zonne-energie, bij tapwater vul je de opwekker in die naverwarmd, of die het overneemt als de zonneboiler in storing is. Het is zeer zeldzaam dat er geen andere tapwateropwekker in de woning aanwezig is, anders dan een elektrisch naverwarmingselement. Maar als dat zo is, dan kun je bij tapwater kiezen voor een elektrische boiler (voorraadvat = Geen, want de zonneboiler geef je al op bij zonne-energie), of eventueel een elektrische doorstromer.

Tips voor het invoeren van een zonneboiler worden hier uitgewerkt.

https://support.vabi.nl/academy/epa/functionaliteiten-uitgelicht/invullen-van-een-zonneboiler/

Voorbeeldbestand

In bijgevoegd epa-bestanden zijn verschillende voorbeelden uitgewerkt. Klik op de knop rechts om te downloaden en pak daarna het zip-bestand uit om de voorbeelden in Vabi EPA te bekijken. Om het bestand te bekijken is versie 11.2.2 (januari 2026) of nieuwer nodig en een licentie voor woningbouw.

NB! de voorbeelden 1 en 2 hebben alleen betrekking op de invoer van de getrapte temperatuurverhoging, de overige invoer is niet per se realistisch of representatief voor een praktijkvoorbeeld. Deze voorbeelden zijn gebaseerd op EDR-testen (uit ISSO 54) waar de uitkomsten van onze software aan moet voldoen voor attestering.

De bijlage GetrapteTemperatuurverhoging.zip bevat de volgende voorbeelden:

  • Voorbeeld 1: getrapte temperatuurverhoging waar een kwaliteitsverklaring beschikbaar is.
  • Voorbeeld 2: getrapte temperatuurverhoging met twee warmtepompen in serie

Binnenkort beschikbaar:

  • In voorbeeld 3a is een hotfill elektroboiler uitgewerkt.
  • In voorbeeld 3b is een hotfill elektroboiler uitgewerkt die in de keuken geplaatst is.
  • In voorbeeld 4a is een boosterwarmtepomp uitgewerkt.
  • In voorbeeld 4b is een afleverset/doorstroomtoestel uitgewerkt die elektrisch naverwarmd met een kwaliteitsverklaring.

Voorbeeld 1

Een warm tapwatersysteem met getrapte temperatuurverhoging kan je alleen invoeren als het eerste toestel ook voor verwarming wordt gebruikt. Het tweede toestel kan je alleen invoeren als er een kwaliteitsverklaring beschikbaar is, waaruit blijkt dat de werkelijke temperatuurniveaus overeenkomen met de in- en uitgaande temperatuurniveaus van de meetcondities op de verklaring.

Voorbeeld 1 is gebaseerd op EDR-test EPW406ad:

Verwarming
Collectieve warmtepomp; aanvoertemperatuur 45 graden; bron grondwater, doublettype. De bron voor de warmtepomp is niet collectief.
Distributie: pompvermogen en EEI onbekend, geen warmtemeter aanwezig; geen leidingen buiten verwarmde zone.

Warm tapwater
1e opwekker: Collectieve warmtepomp van het verwarmingssysteem.
2e opwekker: gasketel voor naverwarming van 45 naar 70 graden; (fictieve) verklaring met een rendement van 65%.
Voorraadvat: 500 liter, energielabel C, alle aansluitingen geïsoleerd inclusief T-stukken.

NB Er zijn nog geen verklaringen beschikbaar bij BCRG voor deze vorm van getrapte temperatuur verhoging. Voor het opstellen van een energielabel kan deze situatie dus nog niet toegepast worden. De berekening kan wel met een fictieve kwaliteitsverklaring voor de cv-ketel gebruikt worden voor maatwerkadvies.

Het is (nog) niet mogelijk om op deze manier twee warmtepompen in serie door te rekenen, met een kwaliteitsverklaring. Dat is om twee redenen niet mogelijk om dat in te vullen. Enerzijds zijn er nog geen verklaringen beschikbaar voor getrapte temperatuur verhoging.  Anderzijds is in de NTA 8800 niet beschreven hoe een dergelijke verklaring voor warmtepompen er uit ziet / komt te zien. Oude verklaringen voor de NEN 7120 hadden een rendement, maar in de NTA 8800 wordt bij warmtepompen een verklaring met tappatronen beschreven. Deze verklaringen zijn niet te gebruiken voor getrapte temperatuurverhoging. Daarom gaat de rekenkern vooralsnog uit van een forfaitair rendement, ondanks dat je een verklaring met rendement invult. Je ziet dan dus geen verschil in de EP2 als je een ander rendement invult. De software zal aangepast worden dat je in deze situatie geen kwaliteitsverklaring in kunt vullen.

Voorbeeld 2

Bij toepassing van meerdere elektrische warmtepompen in serie moet, wanneer je gebruik maakt van de forfaitaire opwekrendementen, het hele opweksysteem beschouwen als één grote elektrische warmtepomp. Voor het brontype moet je dan uitgaan van de bron die wordt gebruikt door het toestel dat de laatste stap in de temperatuurverhoging realiseert.

Voorbeeld 2 is gebaseerd op EDR-test EPW406ac:

Verwarming
Collectieve warmtepomp; aanvoertemperatuur 45 graden; bron grondwater, doublettype. De bron voor de warmtepomp is niet collectief.
Distributie: pompvermogen en EEI onbekend, geen warmtemeter aanwezig; geen leidingen buiten verwarmde zone.

Warm tapwater
1e opwekker: Collectieve warmtepomp van het verwarmingssysteem.
2e opwekker: Collectieve Warmtepomp voor naverwarming van 45 naar 70 graden; bron buitenlucht.
(2x WP dus invoer als 1 fictieve WP volgens tabel 9.28)

Voorraadvat: 500 liter, energielabel C, alle aansluitingen geïsoleerd inclusief T-stukken.

Er is een circulatieleiding voor tapwater:

  • Geen leidingen buiten verwarmde zone;
  • Leidinglengte binnen de verwarmde zone onbekend;
  • Geïsoleerde leidingen, onbekende isolatie, onbekende diameter;
  • Kleppen en beugels geïsoleerd;
  • Circulatiepomp met onbekende EEI en vermogen en onbekende regeling;
  • 1 afleverset voor het appartement.
Je vult bij tapwater alleen de tweede/laatste opwekker in.

Hulp nodig?

Heb je bij een van deze stappen hulp nodig. Neem contact op met een van onze medewerkers van Service & Support. We helpen je hierbij graag verder. Desgewenst kun je je epa-bestand alvast naar ons opsturen via epa@vabi.nl, dan kunnen we concreet op jouw project in gaan.